3.1 Financiën
Solvabiliteit, rentabiliteit, liquiditeit
Onze organisatie is financieel gezond. De solvabiliteit over 2019 bedraagt 69,7% en ligt daarmee ruim boven de ondergrens van 30% die door het ministerie wordt gehanteerd. Een groot deel van ons eigen vermogen wordt gebruikt voor de financiering van huisvesting. Door de hoge solvabiliteit is er ruimte om de komende jaren te investeren in duurzame gebouwen en moderne onderwijsfaciliteiten.
De rentabiliteit ligt als gevolg van geplande extra bestedingen op diverse beleidsterreinen een aantal jaren onder nul. We hebben met name geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs en in onderwijsinnovatie. In 2019 is er sprake van een incidentele last van 4,1 mln. als gevolg van het vormen van een voorziening duurzame inzetbaarheid. Het negatieve resultaat over 2019 wordt gefinancierd uit het eigen vermogen, waardoor de solvabiliteit daalt van 71,1% naar 69,7%.
Ultimo 2019 bedraagt de liquiditeit 1,2 (het ministerie hanteert hier een grens van > 0,5). Ondanks de extra beleidsuitgaven van de afgelopen jaren zijn onze liquide middelen op peil gebleven. Dit is vooral het gevolg van een lager niveau aan investeringen.
| Ratio | Realisatie 2019 | Realisatie 2018 | Realisatie 2017 |
|---|---|---|---|
| Solvabiliteit | 69,7% | 71,1% | 71,6% |
| Liquiditeit | 1,2 | 1,1 | 1,1 |
| Rentabiliteit | -5,6% | -3,2% | -3,5% |
Financiële resultaten 2019
In 2019 is er een sterke groei geweest van het aantal medewerkers dat gebruik maakt van het in de CAO geregelde seniorenverlof. Tevens zijn we gestart met een eigen generatie-regeling waarbij medewerkers van 63 jaar, twee jaar lang 50% van hun dienstverband gaan werken en vervolgens 2 jaar eerder met pensioen gaan. Voor beide regelingen is een schatting gemaakt van de uitgaven voor de komende jaren waarbij ook rekening is gehouden met toekomstige deelnemers. In totaal bedraagt de dotatie aan de voorziening duurzame inzetbaarheid 4,7 mln. waarvan 4,1 mln. incidenteel is.
In 2019 is extra onderwijzend personeel ingezet als gevolg van de groei van het aantal studenten in het schooljaar 2018-2019. De extra bekostiging hiervoor volgt past in 2020 (T-2 effect). Hierdoor is in 2019 2,1 mln. extra besteed aan personeelskosten waar geen baten vanuit het OCW tegenover staan.
Afgelopen jaar is een aantal specifieke beleidsprojecten uitgevoerd die zijn gefinancierd uit onze reserves (1,4 mln.). De belangrijkste projecten zijn: blended learning, opleiding zij-instromers, het opzetten van het practoraat Digitale weerbaarheid en initiatieven op het gebied van duurzaamheid.
ROC Friese Poort heeft te maken gehad met niet voorziene huisvestingsuitgaven als gevolg van scheuren in de vloeren van onze vestiging in Sneek (0,6 mln.).
Indien we de bijzondere posten buiten beschouwing laten is er sprake van een regulier resultaat van 1,0 mln. positief.
| Exploitatie (* € 1 miljoen) | Realisatie 2019 | Begroting 2019 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Rijksbijdragen lumpsum | 96,1 | 96,6 | -0,5 |
| Rijksbijdragen additioneel | 20,7 | 18,0 | 2,7 |
| Werk voor derden / overig | 11,7 | 10,7 | 1,0 |
| Totaal baten | 128,5 | 125,3 | 3,2 |
| Personeel | 106,9 | 100,3 | 6,6 |
| Afschrijvingen | 8,5 | 8,2 | 0,3 |
| Huisvesting | 6,8 | 6,0 | 0,8 |
| Overig | 13,5 | 13,4 | 0,1 |
| Totaal lasten | 135,7 | 128,0 | 7,7 |
| Financiële baten en lasten | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Resultaat bedrijfsvoering | -7,2 | -2,7 | -4,5 |
| Belastingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Netto resultaat | -7,2 | -2,7 | -4,5 |
Toelichting op de exploitatieposten realisatie versus begroting
De baten zijn 3,2 mln. hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door 2,7 mln. hogere additionele rijksbijdragen. Het grootste deel hiervan betreft middelen die zijn ontvangen voor het bestuursakkoord 2015-2018 maar pas in 2019 zijn aangewend.
De lasten liggen 6,6 mln. hoger dan begroot bij personeel, vooral als gevolg van de dotatie personele voorzieningen. Dit betreft de verhoging van de voorziening duurzame inzetbaarheid en een stijging van de instroom WGA. Dit laatste is het gevolg van het beleid om slapende dienstverbanden te beperken.
De afschrijvingen zijn hoger dan begroot als gevolg van versnelde afschrijvingen voor gebouwen die gepland zijn om de komende jaren gesloopt te worden. In 2019 zijn we overgegaan op de componentenmethode m.b.t. tot de boekhoudkundige verwerking van de kosten van groot onderhoud, wat heeft geleid tot extra afschrijvingslasten (desinvesteringen).
De huisvestingslasten zijn hoger uitgevallen door incidentele uitgaven m.b.t. de reparatie van vloeren van de vestiging Sneek en extra huurlasten voor tijdelijke onderwijsaccommodatie.
Kasstromen 2019
Ondanks het negatieve resultaat van 7,2 mln. is er slechts een beperkte afname van de liquide middelen in 2019. Het grootste deel van het verlies is gerelateerd aan de dotatie voor de voorziening duurzame inzetbaarheid, WGA en wachtgeld. Deze voorzieningen zijn bedoeld voor toekomstige uitgaven en hebben geen effect op de liquide middelen van 2019. In 2019 waren er geen grote huisvestingsinvesteringen waardoor de afschrijvingen ruim boven de investeringen lagen, wat een positief effect heeft op de liquiditeitspositie. De mutatie werkkapitaal betreft met name uitgaven voor projecten in 2019 die gerelateerd zijn aan het Bestuursakkoord 2015-2018. Deze middelen waren al voor 2019 ontvangen en hebben daardoor een negatief effect op omvang van de liquide middelen.
Ultimo 2019 staat € 27,6 mln. (2018: € 28,3 mln.) op diverse (spaar)rekeningen van de Rabobank en de ABN AMRO. Door deze spreiding is voorkomen dat negatieve rente betaald moest worden in 2019. In 2019 zijn geen nieuwe leningen aangegaan.
| Kasstromen | Realisatie 2019 | Realisatie 2018 |
|---|---|---|
| Resultaat | -7,2 | -3,9 |
| Afschrijvingen | 8,4 | 8,3 |
| Mutatie voorzieningen | 5,2 | 0,5 |
| Mutatie werkkapitaal | -3,2 | -0,2 |
| Interest en belastingen | 0,1 | -0,1 |
| Operationele cashflow | 3,3 | 4,6 |
| Investeringen | -3,9 | -3,6 |
| Financiering | -0,1 | -0,1 |
| Mutatie liquide middelen | -0,7 | 0,9 |
3.2 Continuïteitsparagraaf
In de continuïteitsparagraaf kijken we vijf jaar vooruit naar ontwikkelingen op belangrijke punten van beleid en organisatie en de gevolgen daarvan voor de financiële exploitatie en balanspositie.
Meerjarenraming
Om onze ambities – zoals verwoord in ons visiedocument van 2017 – waar te kunnen maken hebben we onze beleidsreserves aangesproken. Dit zien we terug in de negatieve resultaten over 2018 en 2019. De komende jaren worden deze incidentele uitgaven teruggebracht naar nihil en werken we weer met een sluitende begroting.
Hoewel we de komende jaren te maken zullen krijgen met een lagere instroom van studenten als gevolg van de demografische krimp, is er tot 2019 nog sprake van groei. Vanaf 2021 zet naar verwachting een lichte daling in van het aantal jonge studenten, die mogelijk kan worden gedempt door een stabilisatie van het aantal volwassen studenten. Gemiddeld genomen gaan we uit van een krimp van 15% tussen 2019 en 2029. Om deze ontwikkeling goed te beheersen maken we gebruik van een strategisch personeelsplan en strategisch huisvestingsplan. Met behulp van deze twee instrumenten en onze planning en control cyclus zijn we in staat om jaarlijks onze personele en materiële lasten in lijn te brengen met de rijksbijdragen.
De toelichting op het negatieve resultaat van 2019 is beschreven in hoofdstuk 3. Vanaf 2020 hanteren we als begrotingsuitgangspunt de nullijn met uitzondering voor voorfinanciering in geval van studentengroei (0,7 mln. in 2020 en nihil in de jaren erna).
| Exploitatie (* € 1 miljoen) | Realisatie 2018 | Realisatie 2019 | Begroting 2020 | Prognose 2021 | Prognose 2022 | Prognose 2023 | Prognose 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rijksbijdragen lumpsum | 94,6 | 96,1 | 99,0 | 99,7 | 97,5 | 95,9 | 94,6 |
| Rijksbijdragen additioneel | 17,4 | 20,7 | 16,9 | 17,0 | 16,6 | 16,4 | 16,1 |
| Werk voor derden / overig | 11,5 | 11,7 | 11,0 | 11,0 | 10,1 | 9,9 | 9,7 |
| Totaal baten | 123,5 | 128,5 | 126,8 | 127,7 | 124,2 | 122,2 | 120,4 |
| Personeel | 99,3 | 106,9 | 99,6 | 99,5 | 96,3 | 94,1 | 91,8 |
| Afschrijvingen | 8,5 | 8,5 | 8,3 | 8,4 | 8,4 | 8,5 | 9,0 |
| Huisvesting | 5,9 | 6,8 | 6,1 | 6,3 | 6,3 | 6,5 | 6,5 |
| Overig | 13,7 | 13,5 | 13,5 | 13,5 | 13,2 | 13,1 | 13,1 |
| Totaal lasten | 127,4 | 135,7 | 127,5 | 127,7 | 124,2 | 122,2 | 120,4 |
| Financiële baten en lasten | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Resultaat voor belasting | -3,9 | -7,2 | -0,7 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Belastingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Netto resultaat | -3,9 | -7,2 | -0,7 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
Ontwikkeling studentenaantallen
Het aantal studenten is in het schooljaar 2019-2020 gegroeid met 400 studenten, een stijging van 3%. Het grootste deel van de stijging betreft BBL, volwassen studenten (23+) in speciale trajecten Zorg & Welzijn via Bedrijfsopleidingen. Ook zien we een hogere instroom van volwassen studenten in onze reguliere BBL-opleidingen. Het aandeel van volwassenenonderwijs is daarmee gestegen tot bijna 20% van onze studentenpopulatie. Voor schooljaar 2020-2021 verwachten een lichte afname van het aantal studenten, als gevolg van de demografische ontwikkelingen. We voorzien een krimp van 1%-2% per jaar, voornamelijk in de BOL-opleidingen. Voor het volwassenenonderwijs verwachten we een stabiele instroom, mede afhankelijk van de economische groei en maatregelen vanuit de politiek m.b.t. leven lang ontwikkelen.
| Studentenaantal per 1/10 | Realisatie 2018 | Realisatie 2019 | Prognose 2020 | Prognose 2021 | Prognose 2022 | Prognose 2023 | Prognose 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| BOL | 10.521 | 10.545 | 10.280 | 10.100 | 9.950 | 9.750 | 9.600 |
| BBL | 3.917 | 4.344 | 4.320 | 4.300 | 4.250 | 4.200 | 4.150 |
| Totaal | 14.438 | 14.889 | 14.600 | 14.400 | 14.200 | 13.950 | 13.750 |
Formatieontwikkeling
De komende jaren zal de beschikbare formatie ten opzichte van 2019 dalen, als gevolg van lagere instroom. De afname van het aantal medewerkers is te realiseren door natuurlijk verloop, gezien de geplande uitstroom hoger is dan de afbouw die nodig is als gevolg van de krimp. Dit komt mede doordat een relatief groot deel (20%) van onze medewerkers 57 jaar of ouder is en we met de generatieregeling medewerkers faciliteren om minder te werken om zo langer inzetbaar te blijven voor de organisatie.
Ons strategisch personeelsplan geeft inzicht in de samenstelling en grootte van onderwijsteams en de verwachte formatie per domein. Het plan beschrijft hoe we op de lange termijn over voldoende en goed gekwalificeerde medewerkers kunnen beschikken, rekening houdend met de ontwikkelingen binnen de domeinen. In het plan wordt rekening gehouden met veranderende wet- en regelgeving, mobiliteit en het vormgeven van Opleiden in de School.
| Personele bezetting in fte | Realisatie 2018 | Realisatie 2019 | Begroting 2020 | Prognose 2021 | Prognose 2022 | Prognose 2023 | Prognose 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bestuur & directie | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 |
| Onderwijzend personeel | 873 | 864 | 830 | 833 | 813 | 799 | 783 |
| Ondersteunend personeel | 370 | 368 | 367 | 363 | 347 | 337 | 327 |
| Totaal personeel | 1.252 | 1.241 | 1.206 | 1.205 | 1.169 | 1.145 | 1.119 |
| Percentage onderwijzend personeel | 69,7% | 69,6% | 68,8% | 69,1% | 69,3% | 69,5% | 69,8% |
| Soort dienstverband | |||||||
| Onbepaalde tijd (vast) | 1.027 | 1.040 | 1.042 | 1.030 | 1.035 | 1.010 | 990 |
| Bepaalde tijd (tijdelijk) | 194 | 181 | 149 | 151 | 110 | 112 | 105 |
| Declaranten | 31 | 20 | 15 | 24 | 24 | 23 | 24 |
| Totaal personeel | 1.252 | 1.241 | 1.206 | 1.205 | 1.169 | 1.145 | 1.119 |
| Vast (%) | 82% | 84% | 86% | 85% | 89% | 88% | 88% |
| Tijdelijk (%) | 18% | 16% | 14% | 15% | 11% | 12% | 12% |
Ontwikkeling huisvesting
Voor de huisvesting van het onderwijs is het Masterplan 2018-2023 vastgesteld. Dit is recentelijk geactualiseerd als gevolg van de prijsstijgingen in de markt en een bijgestelde prognose voor studentenaantallen. Flexibilisering en duurzaamheid zijn de belangrijkste thema’s in het bijgestelde strategisch huisvestingsplan.
Het overgrote deel van de huisvesting is ons eigendom en daarmee minder flexibel. Steeds meer gaan we onderwijsruimte huren, dichtbij het toekomstige werkveld. Dit geeft de mogelijkheid om te anticiperen op ontwikkelingen in studentenaantallen en onderwijsvormen.
Het is onze ambitie om in 2030 een 100% CO2-neutrale organisatie te zijn. Voor de schoolgebouwen sturen we in eerste instantie op maximaal reduceren en vervolgens op compenseren. Dit doen we door op logische momenten, bij vervanging van gebouwen of onderhoud, de meest duurzame keuze te maken. De belangrijkste voorgenomen investeringen betreffen:
- de inrichting van een projectruimte Techniek in Drachten in 2020, investering van € 1 mln.
- inrichting en verhuizing Cambuurstadion (Leeuwarden) in 2022, investering geraamd op € 3,5 mln.
- sloop van een deel van het oude schoolgebouw in Leeuwarden in 2023 en vernieuwing van de installaties, investering geraamd op € 2,5 mln.
- vervanging van het schoolgebouw D Drachten (les en praktijkruimte) in 2023, investering geraamd op € 15 mln.
Voor alle plannen is een financiële doorrekening op lange termijn gemaakt. De effecten hiervan zijn opgenomen in de meerjarenraming.
Solvabiliteit en liquiditeit
De solvabiliteit zal in 2020 dalen als gevolg van het voornemen om een lening op te nemen van 10 miljoen middels schatkistbankieren. De lening is voornamelijk bestemd voor de financiering van het strategisch huisvestingsplan. De solvabiliteit blijft daarna op een verantwoord niveau (>63%), ruim boven het gemiddelde van de sector en dicht bij de gewenste range van 30%-60% (onderwijsinspectie). De liquiditeit neemt eerst toe door de opgenomen lening en daalt vervolgens weer als gevolg van de geplande nieuwbouw van gebouw D Drachten.
Voor een toelichting op de belangrijke ontwikkelingen rond contractactiviteiten waaronder de splitsing tussen publieke en private middelen verwijzen wij naar hoofdstuk 4. van het Kwantitatief verslag (helderheid in bekostiging).
| Bedragen * € 1 miljoen Per 31-12 | Realisatie 2018 | Realisatie 2019 | Prognose 2020 | Prognose 2021 | Prognose 2022 | Prognose 2023 | Prognose 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Debet | |||||||
| Vaste activa | 87,9 | 83,7 | 82,9 | 80,7 | 81,3 | 90,4 | 93,3 |
| Liquide middelen | 28,3 | 27,6 | 39,0 | 34,2 | 38,0 | 27,3 | 21,8 |
| Vorderingen + Voorraden | 3,5 | 4,2 | 3,9 | 9,5 | 3,8 | 3,8 | 4,8 |
| Totaal debet | 119,7 | 115,5 | 125,8 | 124,4 | 123,1 | 121,5 | 119,9 |
| Credit | |||||||
| Eigen vermogen | 85,1 | 80,5 | 79,8 | 79,8 | 79,8 | 79,8 | 79,8 |
| Voorzieningen | 5,0 | 7,7 | 8,2 | 8,0 | 7,8 | 7,6 | 7,4 |
| Langlopende schulden | 0,8 | 0,2 | 10,2 | 9,1 | 8,1 | 7,1 | 6,1 |
| Kortlopende schulden | 28,8 | 27,1 | 27,6 | 27,5 | 27,4 | 27,0 | 26,6 |
| Totaal credit | 119,7 | 115,5 | 125,8 | 124,4 | 123,1 | 121,5 | 119,9 |
| Kengetallen | Realisatie 2018 | Realisatie 2019 | Prognose 2020 | Prognose 2021 | Prognose 2022 | Prognose 2023 | Prognose 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Solvabiliteit 1 | 71,1% | 69,7% | 63,4% | 64,2% | 64,8% | 65,7% | 66,6% |
| Liquiditeit | 1,1 | 1,2 | 1,6 | 1,6 | 1,5 | 1,2 | 1,0 |
| Rentabiliteit | -3,2% | -5,6% | -0,5% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
Treasurybeleid
Ons Treasurystatuut voldoet aan de ‘Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 voor onderwijs en onderzoek’. Ons beleid is gericht op het waarborgen van de financiële continuïteit, het minimaliseren van de rentekosten en optimaliseren van de rentebaten. In 2019 zijn in het kader van continuïteit de (tijdelijk) overtollige middelen bij twee financiële instellingen gestald. In 2019 zijn geen nieuwe leningen en/of derivaten afgesloten.
Er wordt jaarlijks een kasstroomprognose opgesteld voor meerdere jaren. Gedurende het jaar wordt deze prognose periodiek beoordeeld en geactualiseerd. Op lange termijn verwachten we additionele investeringen als gevolg van onze duurzaamheidsdoelstelling en onze digitaliseringsagenda. Om voldoende liquide middelen te hebben en gezien de gunstige marktrente van dit moment zijn we voornemens om in 2020 een lening af te sluiten middels schatkistbankieren.
ROC Friese Poort loopt geen risico's die een impact van beduidende omvang kunnen hebben met betrekking tot prijs-, krediet-, liquiditeits- en kasstroomrisico's.
Interne beheersingssysteem en compliance
We kennen een planning & control cyclus voor het bewaken van onze doelstellingen en de bedrijfsvoering. Externe controle vindt plaats door de Onderwijsinspectie en door een externe accountant. Intern sturen we aan de hand van de jaarlijkse kaderbrief en de in 2017 ingevoerde prestatiekaart met de belangrijkste prestatie-indicatoren. In een 4-maandelijkse monitoringcyclus wordt de voortgang gevolgd en wordt eventueel bijgestuurd. Hiernaast kennen we een interne audit-systematiek om de kwaliteit van het onderwijs te borgen.
De beheersing van de bedrijfsvoering is ook geborgd in de 4-maandelijkse monitoringscyclus. Daarnaast is maandelijks financiële informatie beschikbaar. Afgelopen jaar zijn we gestart met een internal auditor voor de bedrijfsvoering. Onze internal auditor beoordeelt op basis van een beschrijving van de belangrijkste risico’s welke beheersmaatregelen nodig zijn om de risico’s te beheersen. Door het uitvoeren van internal audits toetsen we of de afgesproken beheersmaatregelen goed functioneren en welke mogelijkheden er zijn om processen te verbeteren.
Voor huisvestingprojecten wordt gewerkt met scenarioanalyses.
Raad van Toezicht
De Auditcommissie heeft in 2019 de kaderbrief 2020, de meerjarenbegroting 2019 - 2023 en de jaarrekeningen 2018 van ROC Friese Poort en Bedrijfsopleidingen en de managementletter 2018 besproken ter voorbereiding op de bespreking in de Raad van Toezicht. Naast bespreking van deze reguliere documenten is gesproken over de gewijzigde inrichting van de financiële functie binnen ROC Friese Poort en over de updates van het reglement Raad van Toezicht en het bestuursreglement.
Horizontaal Toezicht
We hebben een convenant met de Belastingdienst, waarbij op basis van begrip, transparantie en vertrouwen wordt samengewerkt. Naast het regulier jaarlijkse overleg is met de Belastingdienst tevens overleg geweest over een aanpassing in de kostprijsprijsberekening van de Bedrijfsopleidingen BV en over de uitkering jubilea bij een onderbroken dienstverband binnen de onderwijssector. In 2019 heeft scholing van eigen medewerkers plaatsgevonden om het fiscale bewustzijn in de organisatie op peil te houden.
Per 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting van toepassing voor het onderwijs. De stichting ROC Friese Poort voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Dit geldt niet voor ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen BV, die als zodanige rechtspersoon vpb-plichtig is.
Belangrijkste risico’s en onzekerheden
Tijdens het opstellen van de begroting en de jaarverslaglegging worden de risico’s voor ROC Friese Poort beoordeeld. Voor een deel van de operationele en financiële risico’s wordt een financiële buffer (algemene reserve) aangehouden. Deze is beschreven in de jaarrekening en heeft geleid tot een benodigde risicobuffer van € 5,8 mln. ultimo 2019. De belangrijkste risico’s van dit moment met de huidige stand van zaken (beheersmaatregelen) zijn in onderstaande tabel opgenomen.
| Onderwerp | Risico | Beheersmaatregelen |
|---|---|---|
| 1. Terugloop aantal studenten na 2020 | Niet snel kunnen anticiperen op de terugval in opbrengsten, waardoor het financiële resultaat en de bedrijfsvoering onder druk komen te staan. | In de formatieplanning wordt rekening gehouden met natuurlijke uitstroom en tijdelijke contracten. |
| In strategisch huisvestingsplan wordt gestuurd op het inbouwen van flexibiliteit door niet langer 100% in eigendom te hebben maar 10-15% van de ruimte te huren. | ||
| 2. Vast versus flexibele formatie (F) | Aantrekken voldoende kwalitatief personeel in krappe arbeidsmarkt | Strategische personeelsplanning krijgt een meer kwalitatieve invulling, waarbij toekomstige personeelsbehoefte, natuurlijk verloop en nieuwe instroom een plek krijgen. |
| Tijdelijke middelen (Bestuursakkoord en inzet beleidsreserves) leiden tot formatie-groei, terwijl de Wet Werk en Zekerheid tijdelijke contracten van max. twee jaar toestaat. | Huidige beleid continueren (bij goed functioneren na één jaar vast dienstverband), tenzij het geen structurele formatie betreft. | |
| Werving docenten Techniek. | ||
| Aantrekken zij-instromers en faciliteren van het behalen van hun PDG. | ||
| 3. Doelen kwaliteits-agenda behalen (F) | Niet realiseren van resultaat afhankelijke subsidies | Belangrijkste prestatie indicatoren opnemen in monitoring via de prestatiekaart. |
| Procesmanagers per vestiging die centraal gecoördineerd worden. | ||
| 4. Uitvoering strategisch beleid (S) | Niet realiseren van de beloftes door het verzanden in de dagelijkse gang van zaken | Aanstellen programmamanagers voor de belangrijkste thema’s. |
| Borgen van de beloftes in de kwaliteitsagenda. | ||
| Monitoring middels de prestatiekaart. | ||
| 5. Kwaliteit en veiligheid ICT (O + R) | ICT-infrastructuur en ICT-systemen steeds meer van strategisch belang. | Beleid gericht op standaard applicaties in plaats van zelf ontwikkeld. |
| Gevolgen van uitval of hacken kunnen groot zijn. | Inrichting van de afdeling informatiemanagement. | |
| Periodiek testen van onze uitval procedures door derde partijen. |
Impact Covid-19 virus
Als gevolg van Covid-19 virus is er sprake van meer onzekerheid met betrekking tot verwachte resultaten en liquiditeit. Echter gezien de stabiele ontvangsten die ROC Friese Poort van de overheid krijgt is het niet aannemelijk dat de crisis leidt tot materiële gevolgen voor de liquiditeit of solvabiliteit. Wel zal het resultaat op contractonderwijs voor volwassen lager uitvallen. Voor het boekjaar 2020 is het verwachte effect van Covid-19 op ons resultaat tussen de 0,5 en 1,0 mln. euro negatief.
Voor de langere termijn hangt het eventuele financiële effect af van de instroom van onze studenten. Voor de reguliere BOL en BBL studenten die instromen vanuit het voortgezet onderwijs verwachten wij geen significant effect. Voor de volwassen BBL trajecten kunnen er wel gevolgen zijn indien de verwachte economische recessie ook na 2020 zal aanhouden. Wij hebben de mogelijke effecten van het Covid-19 virus op onze financiële positie bekeken. Gezien de huidige ontwikkelingen en de solide vermogens- en liquiditeitspositie is de continuïteit van ROC Friese Poort gewaarborgd. Op grond hiervan is de jaarrekening opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.