Jaarrekening 2019
Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland - Leeuwarden, 26 juni 2020
Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland - Leeuwarden, 26 juni 2020
Na resultaatbestemming
| Bedragen * € 1.000 | 31/12/2019 | 31/12/2018 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Activa | ||||
| Vaste activa | |||||
| 1.1 | Immateriële vaste activa | 87 | 103 | ||
| 1.2 | Materiële vaste activa | 83.620 | 87.822 | ||
| Totaal vaste activa | 83.707 | 87.925 | |||
| Vlottende activa | |||||
| 1.5 | Vorderingen | 4.188 | 3.505 | ||
| 1.7 | Liquide middelen | 27.646 | 28.307 | ||
| Totaal vlottende activa | 31.834 | 31.812 | |||
| 1 | TOTAAL ACTIVA | 115.541 | 119.737 | ||
| 2 | Passiva | ||||
| 2.1 | Eigen Vermogen | 80.414 | 85.131 | ||
| 2.2 | Voorzieningen | 7.739 | 5.002 | ||
| 2.3 | Langlopende schulden | 245 | 771 | ||
| 2.4 | Kortlopende schulden | 27.143 | 28.833 | ||
| 2 | TOTAAL PASSIVA | 115.541 | 119.737 |
| Bedragen * € 1.000 | 2019 | Begroting 2019 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|
| Baten | ||||
| 3.1 | Rijksbijdragen | 116.820 | 114.583 | 111.981 |
| 3.2 | Overige overheidsbijdragen en -subsidies | 842 | 632 | 729 |
| 3.3 | College-, cursus-, les- en examengelden | 2.031 | 1.951 | 1.973 |
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 6.003 | 6.123 | 5.878 |
| 3.5 | Overige baten | 2.860 | 2.042 | 2.971 |
| Totaal baten | 128.556 | 125.330 | 123.532 | |
| Lasten | ||||
| 4.1 | Personeelslasten | 106.916 | 100.299 | 99.333 |
| 4.2 | Afschrijvingen | 8.486 | 8.230 | 8.525 |
| 4.3 | Huisvestingslasten | 6.824 | 6.015 | 5.838 |
| 4.4 | Overige lasten | 13.523 | 13.507 | 13.725 |
| Totaal lasten | 135.748 | 128.051 | 127.421 | |
| Saldo baten en lasten | -7.192 | -2.721 | -3.889 | |
| 5 | Financiële baten en lasten | -12 | 0 | 55 |
| Resultaat | -7.204 | -2.721 | -3.834 | |
| 6 | Belastingen | 31 | 28 | 48 |
| Nettoresultaat | -7.235 | -2.749 | -3.882 |
| Bedragen * € 1.000 | 2019 | Begroting 2019 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|
| Geconsolideerd nettoresultaat na belastingen | -7.235 | -2.749 | -3.882 | |
| Totaal van de rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | |
| Totaalresultaat | -7.235 | -2.749 | -3.882 |
| Bedragen * € 1.000 | 2019 | 2018 | |
|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten | |||
| Saldo van baten en lasten | -7.192 | -3.889 | |
| Aanpassingen voor: | |||
| Afschrijvingen (1.1, 1.2 en 4.2) | 8.486 | 8.524 | |
| Boekwinst (2018: boekwinst) op materiële vaste activa | -100 | -177 | |
| Toename voorzieningen (2.2) | 5.254 | 525 | |
| 13.640 | 8.872 | ||
| Veranderingen in werkkapitaal | |||
| Toename (2018: afname) vorderingen (1.5) | -812 | 427 | |
| Afname (2018: afname) schulden (2.4) | -2.387 | -636 | |
| -3.199 | -208 | ||
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | 3.249 | 4.775 | |
| Ontvangen interest | 130 | 128 | |
| Betaalde interest | -35 | -73 | |
| Betaalde belastingen | -8 | -196 | |
| 86 | -141 | ||
| Totaal kasstroom uit operationele activiteiten | 3.335 | 4.634 | |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | |||
| Investeringen in materiële vaste activa (1.2) | 4.234 | 3.951 | |
| Desinvesteringen in materiële vaste activa (1.2) | 351 | 346 | |
| Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten | -3.884 | -3.605 | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | |||
| Aflossing langlopende schulden (2.3) | 112 | 112 | |
| Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten | -112 | -112 | |
| Mutatie geldmiddelen | -661 | 917 |
Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland is statutair gevestigd in Leeuwarden en bij de Kamer van Koophandel geregistreerd onder nummer 41003498. De stichting (hierna genoemd: ROC Friese Poort) heeft tot doel de oprichting en instandhouding van één of meer instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in Friesland en in Flevoland. Deze jaarrekening bevat de financiële informatie van zowel de stichting als haar geconsolideerde 100%-deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden.
De geconsolideerde jaarrekening van de stichting is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW, de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 660 onderwijsinstellingen. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO).
De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2019, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2019.
Wij hebben de continuïteit van ROC Friese Poort beoordeeld, inclusief de mogelijke effecten van het Covid-19 virus op onze financiële positie. Gezien de huidige ontwikkelingen en de solide vermogens- en liquiditeitspositie is de continuïteit gewaarborgd. Op grond hiervan is de jaarrekening opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.
Algemeen
Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij anders staat vermeld in de verdere grondslagen.
ROC Friese Poort neemt een actief alleen in de balans op als het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen aan ROC Friese Poort toekomen en de waarde ervan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Verplichtingen worden in de balans opgenomen als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard gaat met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.
Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting.
Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten of economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen.
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s. Alle financiële informatie in de hoofdoverzichten is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal in euro’s. De financiële informatie in de toelichting is in hele euro’s weergegeven, tenzij in de toelichting anders vermeld.
GEBRUIK VAN SCHATTINGEN
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De waarderingsgrondslag van personele voorzieningen is naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereist schattingen en veronderstellingen.
Meerderheidsdeelnemingen en overige verbonden partijen waarover overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat, worden geconsolideerd. Overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan worden uitgeoefend doordat beschikt wordt over een meerderheid van stemrechten, meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen kan benoemen of ontslaan of op enige andere manier de financiële en operationele activiteiten worden beheerst. Hierbij worden ook financiële instrumenten betrokken die potentiele stemrechten bevatten en zodanig kunnen worden uitgeoefend dat ze daardoor de stichting meer of minder invloed verschaffen.
In de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen de 100%-deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden.
Hierbij is de integrale methode toegepast, waardoor activa, passiva en de baten en lasten voor 100% zijn meegenomen in de geconsolideerde jaarrekening. Intercompany-transacties, resultaten en onderlinge vorderingen en schulden worden geëlimineerd.
De posten in de geconsolideerde jaarrekening worden opgesteld volgens uniforme grondslagen van waardering en resultaatbepaling van de groep.
VERGELIJKENDE CIJFERS
In 2019 is geen sprake geweest van herrubricering van vergelijkende cijfers over 2018.
FINANCIËLE INSTRUMENTEN
ROC Friese Poort kent de volgende financiële instrumenten: debiteuren en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen, crediteuren en overige schulden. Zij heeft geen afgeleide financiële instrumenten. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract. Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.
Debiteuren en overige vorderingen
Vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Dit gebeurt op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waarderingsverliezen.
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de staat van baten en lasten verwerkt.
De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van de cumulatieve afschrijvingen en de bijzondere waardeverminderingen.
De verkrijgingsprijs bestaat uit de aanschafwaarde per 1 juli 2015 van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid (Goodwill).
De immateriële vaste activa wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur.
Voor goodwill wordt een afschrijvingstermijn van 10 jaar gehanteerd.
Immateriële vaste activa worden in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige voordelen die dat actief in zich bergt, zullen toekomen aan de stichting en de kosten van dat actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
De grondslagen voor de vaststelling en verwerking van bijzondere waardeverminderingen zijn opgenomen onder het hoofd Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.
Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de stichting en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Op de materiele vaste activa wordt lineair afgeschreven gedurende de geschatte toekomstige gebruiksduur. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting.
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen. De kosten van groot onderhoud worden vanaf 2019 verwerkt volgens de componentenbenadering.
Dit houdt in dat bij de uitvoering van het onderhoud deze kosten worden verwerkt in de balans als materieel vast actief, indien aan de activeringsciteria wordt voldaan. Het actief wordt opgesplitst in één of meer componenten, ieder met een eigen economische levensduur en dus afschrijvingstermijn. Overige onderhoudsuitgaven worden direct in de resultatenrekening verwerkt.
De componenten en afschrijvingstermijnen die Friese Poort onderkent zijn:
| Component | Afschrijvingstermijn in jaren |
|---|---|
| Terreinverharding | 20 |
| Bouwkundig | 5-35 |
| Schilderwerk | 7 |
| Dakbedekking | 30 |
| Vloeren (linoleum) | 15 |
| Plafonds | 25 |
| Liftinstallaties | 25 |
| Overige installaties | 15 |
Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.
Op terreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering, alsmede vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.
Stelselwijziging
Met ingang van boekjaar 2019 heeft de stichting voor de verwerking van groot onderhoud de overstap gemaakt van een voorziening naar de componentenbenadering. Het toepassen van de componentenbenadering leidt tot een beter inzicht in het vermogen en resultaat. De verschillende componenten zijn toegelicht onder de materiële vaste activa. Op grond van RJ212.805 is deze stelselwijziging prospectief worden verwerkt; reeds vóór 1 januari 2019 verwerkte activa blijven ongewijzigd.
Per 1 januari 2019 is de voorziening groot onderhoud ad € 2,5 mln. toegevoegd aan de Algemene reserve. De verwachte impact op de resultaten en het eigen vermogen over 2020 en 2021 is per saldo nagenoeg nihil.
Bijzondere waardeverminderingen
Voor materiële en immateriële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.
Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de boekwaarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.
Schattingswijziging
In 2019 heeft een schattingswijziging plaatsgevonden ten aanzien van de gebruiksduur van gebouw D te Drachten, waarbij ROC Friese Poort in het strategisch huisvestingsplan in 2019 heeft besloten dit gebouw in 2022 te slopen en te voorzien van nieuwbouw met minder m2 oppervlak.
De schattingswijziging resulteert in een hogere afschrijvingslast voor het betreffende actief van € 250.000 per jaar tot 2022. Deze wijziging is conform de verslaggevingsrichtlijnen prospectief verwerkt in de jaarrekening.
In 2018 heeft een schattingswijziging plaatsgevonden ten aanzien van de gebruiksduur van het gedeelte van het pand aan de Wilaarderburen te Leeuwarden (intern ook wel ‘het Kruis’ genoemd), waarbij ROC Friese Poort de verwachting heeft dit gedeelte in 2022 te slopen nadat de huisvesting in het Cambuurstadion is bewerkstelligd. De schattingswijziging resulteert in een hogere afschrijvingslast voor het betreffende actief van € 152.000 per jaar tot 2022. Deze wijziging wordt conform de verslaggevingsrichtlijnen prospectief verwerkt, voor het eerst in 2018.
Vervreemding van vaste activa
Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.
Financiële vaste activa
De 100% deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V in de enkelvoudige jaarrekening wordt gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van de stichting gehanteerd.
Onderhanden projecten
De post onderhanden projecten bestaat uit het saldo van gerealiseerde projectkosten (kosten die direct betrekking hebben op het project, kosten die toerekenbaar en toewijsbaar aan het project en andere kosten die contactueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend), toegerekende winst, verwerkte verliezen en reeds gedeclareerde termijnen.
De winstneming op en vaststelling van onderhanden projecten is gebaseerd op de percentage of completion methode. De mate waarin prestaties van een onderhanden project zijn verricht wordt bepaald aan de hand van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Voor zover noodzakelijk is bij de waardering van onderhanden projecten rekening gehouden met een voorziening voor verwachte verliezen. Bij een positief saldo van vooruit gefactureerde opbrengsten ten opzichte van vooruit ontvangen kosten, wordt onderhanden projecten credit gepresenteerd. Bij een positief saldo van vooruit ontvangen kosten ten opzichte van vooruit gefactureerde opbrengsten, wordt onderhanden projecten debet gepresenteerd.
Vlottende activa
Vorderingen
De grondslag voor de waardering van vorderingen zijn beschreven onder Financiële instrumenten.
Liquide middelen
De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Deze staan ter vrije beschikking, tenzij anders is vermeld. Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering.
Eigen vermogen
Onder het eigen vermogen worden de algemene reserve, de publieke en private bestemmingsreserves gepresenteerd.
De algemene reserve staat ter vrije beschikking staan van het bestuur. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, die door het bestuur is aangebracht. Reserves die aantoonbaar zijn opgebouwd uit private middelen worden als bestemmingsreserve privaat gerubriceerd.
Voorzieningen
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:
Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde met uitzondering van de jubileumvoorziening en de voorziening seniorenverlof; deze zijn gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 0% (actuele marktrente per 31-12-2019).
Voorziening wachtgeld en voorziening WGA
Dit betreft de nominale waarde van de toekomstige te betalen uitkeringen aan medewerkers inzake wachtgeld en WGA in het kader van het eigen risico dragerschap van ROC Friese Poort. Bij de voorziening voor wachtgeld worden voorziene verplichtingen langer dan één jaar voorzien en korter dan één jaar als periodelast verantwoord. De voorziening WGA wordt gebaseerd op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op de bekende WGA’ers en zieken op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.
Voorziening spaarverlof ADV
De voorziening spaarverlof ADV betreft een voorziening op basis van de spaarverlof ADV regeling. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst af te wikkelen spaarverloven. De berekening is gebaseerd op de gedane toezeggingen en blijfkansen van medewerkers.
Voorziening duurzame inzetbaarheid
De voorziening duurzame inzetbaarheid is gebaseerd op de cao-afspraken inzake de regeling duurzame inzetbaarheid (seniorenverlof) en een ROC Friese Poort generatieregeling (looptijd tot 1 januari 2023).
Beide regelingen hebben het kenmerk van een voorziening met opbouw van rechten.
Daarom wordt een voorziening gevormd voor het deel van de geschatte kosten die ten laste van de werkgever komen. Vanaf 2019 is de voorziening uitgebreid met werknemers die nog niet deelnemen maar wel voldoen aan de criteria voor deelname aan bovengenoemde regelingen. Hierbij is rekening gehouden met de blijfkans, leeftijd en deelnamepercentages.
Jubileumvoorziening
De jubileumvoorziening heeft betrekking op toekomstige jubileumuitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband, en is grotendeels langlopend. De voorziening betreft de contante waarde van het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkansen en leeftijden. De rekenrente bedraagt 0% (actuele marktrente per 31-12-2019).
Voorziening WAB tijdelijk contract
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2020) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2019 is een voorziening gevormd voor contracten die vóór balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.
Reorganisatievoorziening
Deze voorziening is opgenomen bij de deelneming en betreft de feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan en is opgebouwd uit bedragen die in 2020 worden uitgegeven voor de afvloeiing van werknemers.
Langlopende schulden
De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten.
Kortlopende schulden
De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten.
Algemeen
Met inachtneming van het hiervoor genoemde worden de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen, voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies
Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als baten in de staat van baten en lasten. Indien deze opbrengsten betrekking hebben op een specifiek doel en er sprake is van bestedingsverplichtingen, dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord. Indien toegekende gelden betrekking hebben op een specifiek doel, maar geen sprake is van bestedingsverplichtingen, worden de ontvangen gelden als bate verantwoord in het jaar waarop de gelden betrekking hebben, tenzij toerekening naar schooljaar plaats vindt (i.p.v. kalenderjaar) of sprake is van een concreet bestedingsplan voor de periode na balansdatum.
Subsidies ter compensatie van gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van kosten van een actief worden systematisch in de staat van baten en lasten opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief.
College-, cursus-, les- en examengelden
De college-, cursus-, les- en examengelden worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijs- en onderzoekstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn gespreid.
Baten werk in opdracht van derden
Opbrengsten van werk in opdracht van derden (contractonderwijs) worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen voor een bedrag gelijk aan de kosten als vast staat dat deze kosten declarabel zijn. Een eventueel positief resultaat wordt genomen naar rato van het stadium van voltooiing van de opdracht op verslagdatum (de zogeheten percentage of completion methode).
Overige bedrijfsopbrengsten
Overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit baten uit verhuur, detachering en overige baten. Opbrengsten uit hoofde van verleende diensten worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum.
Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingdienst en het pensioenfonds.
De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.
Pensioenen
Stichting Friese Poort heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP op basis van het middelloonstelsel. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. De pensioenpremies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa als dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. De beleidsdekkingsgraad van Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP per 31 december 2019 was 94,1%. Dit is lager dan het wettelijk vereiste minimum van 104,2%. Per 31 maart 2020 is de beleidsdekkingsgraad gedaald naar 82,0%. De risico’s van loonontwikkeling, prijsindexatie en beleggingsrendement op het fondsvermogen zullen mogelijk leiden tot toekomstige aanpassingen in de jaarlijkse bijdragen aan het pensioenfonds. Deze risico’s komen niet tot uitdrukking in de balans. Uit berichtgeving van het ABP volgt dat het op dit moment niet duidelijk is wat de impact op de balans van de stichting is aangezien de dekkingsgraad op 31 december 2020 bepalend is voor de maatregelen die het ABP moet nemen. Wel is de kans aanwezig dat de pensioenen in 2021 zullen worden verlaagd.
Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.
Financiële baten en lasten
Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.
Belastingen
De vennootschapsbelasting (van de deelneming) betreft de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelasting. Deze wordt berekend op basis van het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten, het geldende belastingtarief en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.
Een groot deel van de activiteiten valt niet onder de vennootschapsbelastingplicht op basis van de activiteitentoets als de bekostigingseis van de subjectvrijstelling ex artikel 6b lid 1 onderdeel b Wet VPB 1969.
Operational lease
Er is sprake van een aantal leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan eigendom verbonden zijn, niet bij de stichting ligt. Deze leasecontracten zijn verantwoord als operational lease. Leasebetalingen worden op lineaire basis verwerkt in de staat van baten en lasten over de looptijd van het contract.
Gebeurtenissen na balansdatum
Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening. Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen.
Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten.
| 1.1 Immateriële vaste activa | 1.1.1 Ontwikkelingskosten | 1.1.3 Goodwill | Totaal immateriële vaste activa |
|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2019 | 125.286 | 158.381 | 283.667 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2019 | -125.286 | -55.434 | -180.720 |
| Boekwaarde 01-01-2019 | 0 | 102.947 | 102.947 |
| Investeringen boekjaar | 0 | 0 | 0 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde (*) | -125.286 | 0 | -125.286 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) | 125.286 | 0 | 125.286 |
| Afschrijvingen lopend jaar | 0 | -15.838 | -15.838 |
| Aanschafwaarde 31-12-2019 | 0 | 158.381 | 158.381 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2019 | 0 | -71.272 | -71.272 |
| Boekwaarde 31-12-2019 | 0 | 87.109 | 87.109 |
De goodwill betreft door ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen betaalde goodwill voor overname van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid. De goodwill wordt in 10 jaar afgeschreven.
| 1.2 Materiële vaste activa | 1.2.1 Terreinen | 1.2.1 Gebouwen | 1.2.2 Inventaris en apparatuur | 1.2.4 In uitvoering en vooruitbetaling | Totaal materiële vaste activa |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2019 | 9.763.209 | 112.459.856 | 41.852.061 | 155.764 | 164.230.890 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2019 | 0 | -50.288.924 | -26.119.687 | 0 | -76.408.611 |
| Boekwaarde 01-01-2019 | 9.763.209 | 62.170.932 | 15.732.374 | 155.764 | 87.822.279 |
| Investeringen boekjaar | 0 | 589.038 | 3.776.436 | 71.496 | 4.436.970 |
| Reclassificatie | 0 | 81.292 | 0 | -81.292 | 0 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde (*) | 0 | -1.317.566 | -435.308 | -62.915 | -1.815.789 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) | 0 | 1.227.754 | 418.822 | 0 | 1.646.576 |
| Afschrijvingen lopend jaar | 0 | -4.142.787 | -4.327.312 | 0 | -8.470.099 |
| Aanschafwaarde 31-12-2019 | 9.763.209 | 111.812.619 | 45.193.189 | 83.052 | 166.852.069 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2019 | 0 | -53.203.956 | -30.028.177 | 0 | -83.232.133 |
| Boekwaarde ultimo boekjaar | 9.763.209 | 58.608.663 | 15.165.012 | 83.052 | 83.619.936 |
Met ingang van boekjaar 2019 heeft de stichting voor de verwerking van groot onderhoud de overstap gemaakt van een voorziening naar de componentenbenadering.
In 2019 is € 0,7 mln. geïnvesteerd in interne verbouwingen, w.o. Cross-over Lab Leeuwarden, Simulatieruimte Urk en vervanging van verlichting. Hiervan is € 0,3 mln. geactiveerd als gevolg van het toepassen van de componentenbenadering; een hiermee samenhangend bedrag van € 0,3 mln. is gedesinvesteerd.
Het volledig afgeschreven pand Ouddeelstraat (oorspronkelijke aanschafwaarde € 1,0 mln.) is in 2019 (boekhoudkundig) gedesinvesteerd. De grond is in 2018 verkocht. Het resultaat van deze transactie is in 2018 verwerkt.
In de afschrijvingen is € 0,4 mln. opgenomen als versnelde afschrijving op de panden Wilaarderburen in Leeuwarden en Leidijk in Drachten vanwege de geplande sloop van (een deel van) de panden eind 2022.
Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.
In 2019 is € 3,8 mln. (2018: € 3,7 mln.) in inventaris en apparatuur geïnvesteerd. Hiervan is € 1,7 mln. uitgegeven aan hardware: nieuwe laptops en smart boards. Investeringen in machines en apparatuur bedraagt € 1,2 mln. (2018: € 1,3 mln.) hoofdzakelijk ten behoeve van het onderwijs. Het overige bedrag aan investeringen betreft meubilair ten behoeve van kantoor en studenten.
De post van € 0,1 mln. bestaat uit voorbereidende activiteiten voor de inrichting van de ruimten in het nieuwe Cambuurstadion in Leeuwarden.
| Waarde ultimo (bedragen x € 1.000) | 2019 | 2018 | 2017 | 2016 | 2015 |
|---|---|---|---|---|---|
| WOZ-waarde gebouwen en terreinen | 77.435 | 79.601 | 70.888 | 81.832 | 77.800 |
De WOZ-waarde van de gebouwen en terreinen is gebaseerd op peildatum 1 januari 2019, met uitzondering van Leeuwarden (1 januari 2018). Deze peildatum is financieel bepalend voor het kalenderjaar 2020 resp. 2019.
| Waarde ultimo (bedragen x € 1.000) | 2019 | 2018 | 2017 | 2016 | 2015 |
|---|---|---|---|---|---|
| Verzekerde waarde gebouwen | 178.886 | 156.873 | 154.353 | 145.138 | 143.184 |
De verzekerde waarde is per 1 januari 2020. De stijging van de waarde ten opzichte van het voorgaande jaar is het gevolg van indexatie.
| 1.5 | Vorderingen | 31/12/2019 | 31/12/2018 |
|---|---|---|---|
| 1.5.1 | Debiteuren algemeen | 1.102.086 | 1.519.093 |
| 1.5.5 | Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten | 417.215 | 394.764 |
| 1.5.7 | Overige vorderingen | 1.248.648 | 548.530 |
| 1.5.8 | Overlopende activa | 1.648.231 | 1.262.818 |
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | -227.799 | -219.575 |
| 1.5 | Totaal vorderingen | 4.188.381 | 3.505.630 |
De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.
Ultimo 2019 is het saldo debiteuren € 0,4 mln. gedaald ten opzichte van 2018. Hiervan is € 0,2 mln. opgenomen onder de overige vorderingen (nog te factureren).
De overige vorderingen zijn in 2019 met € 0,7 mln. gestegen, waarvan € 0,6 aan te vorderen UWV transitievergoedingen.
Onder de overlopende activa zijn begrepen de nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2019 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2020. De stijging t.o.v. 2018 is gerelateerd aan eerder ontvangen facturen m.b.t. (nieuw afgesloten) software licenties en verzekeringen.
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | -219.574 | -234.947 | |
| Onttrekking | 43.873 | 149.802 | |
| Dotatie | -52.098 | -134.430 | |
| 1.5.9 | Stand per 31 december | -227.799 | -219.575 |
De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Ultimo 2019 is de voorziening voor € 0,13 mln. gevormd door ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen (2018: € 0,14 mln.), de rest van de voorziening heeft betrekking op de vestingen van ROC Friese Poort.
| 1.7 | Liquide middelen | 31/12/2019 | 31/12/2018 |
|---|---|---|---|
| 1.7.1 | Kasmiddelen | 1.731 | 2.520 |
| 1.7.2 | Banken | 27.644.282 | 28.304.134 |
| 1.7 | Totaal liquide middelen | 27.646.013 | 28.306.654 |
Ultimo 2019 bestaan de liquide middelen uit kasgelden, het saldo van de lopende rekeningen en uitstaande spaargelden bij banken. Afhankelijk van de markt worden deze middelen conform het Treasury statuut van ROC Friese Poort weggezet op spaar- dan wel depositorekeningen.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van ROC Friese Poort en zijn niet weggezet voor een periode langer dan één jaar met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.
Ultimo 2019 bedraagt het groepsvermogen € 80,4 mln. (2018: € 85,1 mln.).
Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar de enkelvoudige jaarrekening.
| 2.2 | Voorzieningen | Stand per 01-01-2019 |
Dotaties | Onttrek-kingen | Overige mutaties | Stand per 31-12-2019 |
Kortlopend deel (<1 jaar) |
Langlopend deel (> 1 jaar < 5 jaar) |
Langlopend deel (> 5 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.2.1 | Personeels- voorzieningen | ||||||||
| Voorziening wachtgeld | 274.000 | 322.000 | 274.000 | 0 | 322.000 | 299.000 | 23.000 | 0 | |
| Voorziening spaarverlof ADV | 69.729 | 0 | 28.890 | 0 | 40.839 | 3.091 | 0 | 37.748 | |
| Voorziening WGA | 983.000 | 907.213 | 348.213 | 0 | 1.542.000 | 306.000 | 765.000 | 471.000 | |
| Voorziening duurzame inzetbaarheid | 150.000 | 4.707.000 | 311.000 | 0 | 4.546.000 | 832.000 | 2.500.000 | 1.214.000 | |
| Voorziening jubileum | 901.783 | 405.977 | 97.244 | 0 | 1.210.516 | 86.000 | 385.516 | 739.000 | |
| Voorziening WAB tijdelijk contract | 0 | 23.000 | 0 | 0 | 23.000 | 19.000 | 4.000 | 0 | |
| Overige personele voorzieningen | 105.715 | 54.520 | 105.715 | 0 | 54.520 | 54.520 | 0 | 0 | |
| 2.2.1 | Totaal personeels- voorzieningen | 2.484.227 | 6.419.710 | 1.165.062 | 0 | 7.738.875 | 1.599.611 | 3.677.516 | 2.461.748 |
| 2.2.3 | Voorziening groot onderhoud | 2.517.987 | 0 | 0 | 2.517.987 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2.2 | Totaal voorzieningen | 5.002.214 | 6.419.710 | 1.165.062 | 2.517.987 | 7.738.875 | 1.599.611 | 3.677.516 | 2.461.748 |
De personele voorzieningen ultimo 2019 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en overige personele voorzieningen.
De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2019 is deze verplichting opgenomen voor 24 wachtgelders (2018: 19), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2021 resp. 2020 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.
Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen en dotaties binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO.
De WGA voorziening is gevormd in 2009 vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De voorziening is toegenomen als gevolg van een hogere instroom. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA’ers (15; 2018: 11) en zieken (11; 2018: 2) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.
Duurzame inzetbaarheid
In de CAO middelbaar beroepsonderwijs 2018-2020 zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort in 2019 de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd. De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.
Tot en met 2018 is voor 9 werknemers, die reeds gebruik maken van de regeling seniorenverlof een voorziening gevormd; er was tot en met 2018 nog onvoldoende informatie beschikbaar om voor de andere groepen werknemers een betrouwbare schatting te maken. Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. Per 31 december 2019 maken 90 (=77,9 fte) medewerkers gebruik van het seniorenverlof en 13 (=6,5 fte) van de generatieregeling.
Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 1,5%. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 0% (actuele marktrente per 31-12-2019).
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 1,5% en een disconteringsrente van 0%. In 2019 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld en aangepast.
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2020) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2019 is een voorziening gevormd voor contracten die vóór balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.
De overige personele voorzieningen bestaat uit een reorganisatievoorziening die is opgenomen bij Friese Poort Opleiding en Training B.V. Deze voorziening betreft de feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan en is opgebouwd uit bedragen die in 2020 worden uitgegeven voor de afvloeiing van oudere werknemers en voor boven-functionele bedragen die de komende jaren worden uitgegeven in verband functiedemoties.
Met ingang van boekjaar 2019 heeft de stichting voor de verwerking van groot onderhoud de overstap gemaakt van een voorziening naar de componentenbenadering. Het toepassen van de componentenbenadering leidt tot een beter inzicht in het vermogen en resultaat. Op grond van RJ212.805 is deze stelselwijziging prospectief verwerkt; reeds vóór 1 januari 2019 verwerkte activa blijven ongewijzigd.
Per 1 januari 2019 is de voorziening groot onderhoud ad €2,5 mln. toegevoegd aan de Algemene reserve. Zie verder de toelichting in de paragraaf stelselwijziging in het hoofdstuk waarderingsgrondslagen (materiële vaste activa).
| 2.3 Langlopende schulden | Stand 01-01-2019 > 1 jaar | Aflossing 2020 | Stand 31-12-2019 > 1 jaar | Looptijd > 1 jaar en < 5 jaar | Looptijd > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| 2.3.3 Kredietinstellingen | 771.427 | 526.385 | 245.042 | 108.908 | 136.134 |
| 2.3 Totaal langlopende schulden | 771.427 | 526.385 | 245.042 | 108.908 | 136.134 |
Onder kredietinstellingen zijn vier afgesloten leningen van de BNG Bank opgenomen voor de financiering van gebouwen en terreinen waarvan twee leningen in 2019 zijn afgelost.
Van de twee resterende leningen zal de grootste op renteherzieningsdatum 1 juni 2020 versneld worden afgelost. De jaarlijkse rente en aflossing worden betaald uit de jaarlijkse huisvestingvergoeding.
De oorspronkelijke hoofdsom van de twee resterende leningen bedraagt € 2.178.145. Ultimo boekjaar bedraagt de totale schuld aan BNG Bank € 771.427 (2018: € 883.874). Hiervan is het bedrag waarvoor de looptijd korter dan één jaar is (€ 526.385), opgenomen onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen (2.4.1).
De rente van de leningen is vast gedurende de looptijd. De rentevoet van de resterende leningen bedraagt 6,55% (restbedrag: € 499.159, versnelde aflossing in 2020) en 4,73% (restbedrag: € 272.268).
De reële waarde benadert de boekwaarde.
Als zekerheid voor de afgesloten leningen geldt een onvoorwaardelijke garantie door de Stichting Waarborgfonds BVE.
| 2.4 | Kortlopende schulden | 31/12/2019 | 31/12/2018 |
|---|---|---|---|
| 2.4.1 | Kredietinstellingen | 526.385 | 112.447 |
| 2.4.2 | Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten | 2.138.090 | 2.331.819 |
| 2.4.3 | Crediteuren | 3.050.861 | 2.112.051 |
| 2.4.7 | Belastingen en premies sociale verzekeringen | ||
| Loonheffing | 4.051.403 | 4.048.639 | |
| Omzetbelasting | 99.032 | 57.004 | |
| 2.4.7 | Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 4.150.435 | 4.105.643 |
| 2.4.8 | Schulden terzake van pensioenen | 1.210.192 | 1.130.582 |
| 2.4.9 | Overige kortlopende schulden | 417.808 | 229.093 |
| 2.4.10 | Overlopende passiva | ||
| Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden | 1.242.506 | 1.097.046 | |
| Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt | 3.122.032 | 3.324.755 | |
| Vooruitontvangen investeringssubsidies | 2.923.337 | 3.345.832 | |
| Vakantiegeld en -dagen | 4.246.393 | 3.950.411 | |
| Overig | 4.115.685 | 7.093.018 | |
| 2.4.10 | Totaal overlopende passiva | 15.649.953 | 18.811.062 |
| 2.4 | Totaal kortlopende schulden | 27.143.724 | 28.832.697 |
Het saldo onder kredietinstellingen betreft de aflossingsverplichtingen van de langlopende leningen in het jaar na balansdatum.
Het per ultimo 2019 resp. 2018 openstaand saldo onderhanden projecten van ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen bestaat uit gerealiseerde projectkosten, gedeclareerde termijnen en toegerekende winst:
| 2.4.2 | Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten | 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|
| Gerealiseerde projectkosten | -2.333.523 | -2.175.838 | |
| Gedeclareerde termijnen | 5.600.502 | 5.562.400 | |
| Toegerekende winst | -1.128.889 | -1.054.743 | |
| 2.4.2 | Totaal onderhanden projecten | 2.138.090 | 2.331.819 |
In de waardering van de onderhanden projecten is rekening gehouden met voorzienbare verliezen.
In 2019 is de rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden opgenomen voor € 1,2 mln. Dit betreft de cursusgelden welke in 2019 zijn ontvangen voor het collegejaar 2019-2020. Het deel wat betrekking heeft op 2020 is in de balans opgenomen.
De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen.
De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa en wordt gepresenteerd onder 3.1.2 toerekening investeringssubsidies OCW en 3.2.2 overige overheidsbijdragen. Van deze post heeft € 0,3 mln. een looptijd korter dan een jaar, € 1,0 mln. een looptijd langer dan één jaar maar korter dan vijf jaar en € 1,6 mln. een looptijd langer dan vijf jaar.
Onder de overige overlopende passiva zijn onder andere opgenomen de vooruitontvangen niet-geoormerkte OCW-subsidies. Deze subsidies zijn reeds ontvangen op balansdatum, maar worden in een volgend jaar ingezet. Ultimo 2019 bedraagt dit € 1,5 mln. (2018: € 4,7 mln.). In deze post is ook begrepen een eenmalige uitkering o.b.v. de CAO 2018-2020 in 2020 ad € 0,8 mln. (2018: € 0,5 mln.).
Financiële instrumenten:
ROC Friese Poort maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken.
De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.
Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.
Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.
Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.
| Omschrijving | Toewijzing | Prestatie afgerond | |
|---|---|---|---|
| Kenmerk | Datum | ja/nee | |
| Subsidie zij-instroom 2017 | 842586-1 | 05/19/2017 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2017 | 865464-1 | 12/19/2017 | ja |
| Subsidie studieverlof BVE 2017 | 852133-1 | 09/20/2017 | ja |
| Voorziening Leermiddelen minimagezinnen 2017 | 849432-1 | 08/22/2017 | ja |
| Aspirant-opleidingsschool NHL-ROC Friese Poort | OS-2017-C-005 | 12/ 1/2017 | nee |
| Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019-2020 | 1013088-1 | 11/20/2019 | nee |
| Subsidie studieverlof BVE 2018 | 928220-1 | 08/28/2018 | ja |
| Subsidie studieverlof BVE 2018 | 940978-1 | 11/19/2018 | ja |
| Subsidie studieverlof BVE 2019 | 1006015-1 | 09/20/2019 | nee |
| Subsidie studieverlof BVE 2019 | 1009723-1 | 10/22/2019 | nee |
| Subsidie studieverlof instructeurs 2019 | 1026984-2 | 12/19/2019 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2018 | 883837-1 | 12/22/2017 | nee |
| Subsidie zij-instroom 2018 | 888800-1 | 02/20/2018 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2019 | 962614-1 | 02/20/2019 | nee |
| Subsidie zij-instroom 2019 | 1027581-1 | 12/19/2019 | nee |
| Voorziening Leermiddelen minimagezinnen 2018 | 926380-2 | 08/ 9/2018 | nee |
| Voorziening Leermiddelen minimagezinnen 2019 | 1003947-1 | 08/20/2019 | nee |
| Toekenning subsidie doorstroomprogramma MBO-HBO | DHBO019011 | 10/30/2018 | nee |
| Omschrijving | Toewijzing | Bedrag toewijzing | Subsidie ontvangsten t/m verslagjaar | Overige ontvangsten | Eigen bijdrage | Totale kosten per 31-12-2019 | Saldo per 31-12-2019 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kenmerk | Datum | € | € | € | € | € | € | |
| 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||
| Voorziening leermiddelen minimagezinnen 2016 | 786410-1 | 20/12/16 | 137.728 | 63.586 | 0 | 0 | 63.586 | 0 |
| Subsidieregeling schoolmaatschappelijk werk in het mbo 2018 | 874302-2 | 18/01/18 | 406.539 | 406.539 | 0 | 0 | 406.539 | 0 |
| Regionaal investeringsfonds MBO RIF: Centrum voor Innovatief Vakmanschap Healthy Ageing Friesland | 940754 | 23/05/16 | 1.449.221 | 869.532 | 0 | 0 | 164.381 | 705.151 |
| 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||
| Totaal | 1.993.488 | 1.339.657 | 0 | 0 | 634.506 | 705.151 |
| Omschrijving | Toewijzing | Bedrag toewijzing | Ontvangen per 1-1-2019 | Subsidie ontvangsten in verslagjaar | Overige ontvangsten in verslagjaar | Eigen bijdrage in verslagjaar | Lasten in verslagjaar | Totale kosten per 31-12-2019 | Saldo per 31-12-2019 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kenmerk | Datum | € | € | € | € | € | € | € | € | |
| Regionaal Investeringsfonds MBO RIF17018, Yacht Builders Academy | 1190377 | 23/05/17 | 789.324 | 98.681 | 157.864 | 40.000 | 208.971 | 592.309 | 1.433.007 | 86.793- |
| Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Friesland-Oost | OND/ODB-2016/17737 U | 14/11/16 | 1.097.360 | 787.462 | 274.340 | 0 | 0 | 143.018 | 178.577 | 918.784 |
| Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Zuidwest-Friesland | OND/ODB-2016/17738 U | 14/11/16 | 487.170 | 152.164 | 121.793 | 0 | 0 | 133.838 | 347.053 | 140.119 |
| Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Friesland-Noord | OND/ODB-2016/17739 U | 14/11/16 | 1.446.040 | 469.972 | 361.510 | 0 | 0 | 429.698 | 1.044.256 | 401.784 |
| Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Flevoland | OND/ODB-2016/17725 U | 14/11/16 | 264.783 | 44.131 | 88.261 | 0 | 0 | 80.906 | 213.297 | 51.486 |
| Toekenning subsidie doorstroomprogramma MBO-HBO | DHB018020 | 15/03/18 | 199.285 | 110.795 | 0 | 0 | 0 | 71.753 | 160.243 | 39.042 |
| Totaal | 4.283.962 | 1.663.204 | 1.003.768 | 40.000 | 208.971 | 1.451.522 | 3.376.433 | 1.464.421 |
Waarborgfonds BVE
ROC Friese Poort is aangesloten bij de stichting Waarborgfonds BVE. Het waarborgfonds stelt zich borg ten gunste van geldgevers van geldleningen die voor huisvesting worden verstrekt aan bve-instellingen. Het borgen heeft veelal een rentevoordeel tot gevolg. Zo heeft ROC Friese Poort ultimo 2019 twee leningen bij het fonds geborgd.
Elke aangesloten instelling kan jaarlijks aangesproken worden tot maximaal 2% van de rijksbijdrage. Dit kan geschieden indien individuele instellingen hun financiële verplichtingen voor geborgde leningen niet meer kunnen voldoen. De maximaal latente claim bedraagt voor ROC Friese Poort jaarlijks circa € 2,3 mln. (prijsniveau 2019).
Huurverplichtingen
De huurverplichtingen die ROC Friese Poort op balansdatum heeft en die een meerjarige looptijd hebben, kunnen als volgt ingedeeld worden:
€ 650.000 huurverplichting in 2020
€ 335.000 huurverplichting met een looptijd langer dan een jaar en korter dan vijf jaar
Er zijn geen huurverplichtingen met een looptijd langer dan vijf jaar.
Als toelichting op de grootste posten:
In de huurverplichting 2020 is voor de Centrale Diensten de huur van de Eenhoorn, Leeuwarden opgenomen voor € 152.000. Ten behoeve van de opleidingen van de vestiging Sneek wordt tijdelijk gehuurd bij de Rabobank, deze huurverplichting bedraagt € 115.000 per jaar.
Voor de opleidingen van de vestiging Drachten worden tijdelijk locaties gehuurd voor € 106.000 per jaar.
Voor de opleidingen van de vestiging Leeuwarden wordt tijdelijk gebruikt gemaakt van een locatie aan het Zaailand. De huur van deze locatie vanaf 1 juli 2019 maakt deel uit van de overeenkomst met betrekking tot de bouw van het nieuwe Cambuur stadion en wordt doorbelast aan Stadion Ontwikkeling Cambuur.
Bankgarantie
Zoals onder 1.7 Liquide middelen reeds is vermeld, is voor een bedrag van € 82.333 aan bankgaranties afgegeven. Dit betreffen bankgaranties inzake huurverplichtingen jegens Apleona Real Estate B.V. te Utrecht voor de huur van ruimten in winkelcentrum Zaailand.
De huurverplichtingen lopen tot 1 juli 2021.
Operational leaseverplichtingen
Voor drie personenauto’s en kantoormeubilair zijn operational leasecontracten afgesloten. De aangegane leaseverplichtingen bedragen € 38.000 in 2020, € 38.000 voor de jaren 2021-2024 en € 6.000 met een looptijd langer dan vijf jaar.
| 3.1 | Rijksbijdrage sector BVE | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| Vergoeding studenten | 70.503.600 | 70.803.851 | 69.678.347 | |
| Vergoeding diploma's | 16.193.153 | 16.193.214 | 15.370.106 | |
| Vergoeding Passend Onderwijs | 1.656.587 | 1.655.395 | 1.563.755 | |
| Huisvestingsvergoeding | 6.145.128 | 6.145.126 | 6.269.731 | |
| Vergoeding Entree | 3.507.974 | 3.507.897 | 3.241.553 | |
| Overgangsbekostiging (extern) | -124.096 | 0 | -62.542 | |
| Inhouding cursusgelden | -1.751.965 | -1.689.850 | -1.434.714 | |
| 3.1.1 | Totaal Rijksbijdrage OCW | 96.130.381 | 96.615.633 | 94.626.237 |
| Geoormerkte OCW subsidies | 2.452.521 | 1.087.120 | 2.244.222 | |
| Niet-geoormerkte OCW subsidies | 18.056.886 | 16.718.716 | 14.923.780 | |
| Toerekening investeringssubsidies OCW | 180.255 | 161.415 | 187.224 | |
| 3.1.2 | Totaal overige subsidies OCW | 20.689.662 | 17.967.251 | 17.355.226 |
| 3.1 | Totaal Rijksbijdrage | 116.820.043 | 114.582.884 | 111.981.462 |
De rijksbijdrage bestaat uit de vergoeding voor deelnemers, diploma’s, Passend Onderwijs, huisvesting, Entree en overgangsbekostiging. De inhouding cursusgelden betreffen de aan het ministerie af te dragen cursusgelden.
De Rijksbijdrage OCW blijft achter op de begroting omdat de compensatie voor de gestegen lonen (CAO) lager is uitgevallen dan vooraf verwacht.
De geoormerkte OCW subsidies betreffen de bestedingen in het kader van onder andere Schoolmaatschappelijk werk, Subsidie zij-instroom en Studieverlof BVE. Een volledig overzicht van de besteding van geoormerkte subsidies is terug te vinden onder 2.4.10. overlopende passiva (Model G).
De overige subsidies OCW zijn hoger uitgevallen omdat in vorige jaren ontvangen Bestuursakkoord-gelden in 2019 zijn aangewend.
| 3.2 | Overige overheidsbijdragen en -subsidies | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 3.2.1 | Gemeentelijke bijdragen en subsidies | 72.718 | 37.000 | 114.252 |
| 3.2.2 | Overige overheidsbijdragen | 769.049 | 594.659 | 615.041 |
| 3.2 | Totaal overige overheidsbijdragen en -subsidies | 841.767 | 631.659 | 729.293 |
Hieronder zijn de niet van OCW afkomstige investeringssubsidies opgenomen (€ 242.000). Hieronder valt de bijdrage aan Centrum Duurzaam, de gebouwen voor CVO en de parkeerplaatsen in Drachten en Emmeloord.
Daarnaast vallen hieronder de programmagelden VSV, Vroegsignalering en de subsidie vaccinatie stageplaatsen zorg van VWS.
| 3.3 | College-, cursus-, les- en examengelden | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 3.3.2 | Cursusgelden sector BE | 2.030.778 | 1.950.500 | 1.973.328 |
| 3.3 | Totaal college-, cursus-, les- en examengelden | 2.030.778 | 1.950.500 | 1.973.328 |
De cursusgelden 2019 liggen iets boven begroting als gevolg van een stijging in het aantal BBL studenten.
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 3.4.1 | Contractonderwijs | 5.044.371 | 5.574.222 | 4.963.187 |
| 3.4.3 | Overige baten werk in opdracht van derden | 958.582 | 549.000 | 914.712 |
| 3.4 | Totaal baten werk in opdracht van derden | 6.002.953 | 6.123.222 | 5.877.898 |
De omzet contractonderwijs (Friese Poort Bedrijfsopleidingen) ligt iets hoger dan vorig jaar als gevolg van een stijging in het Domein Zorg & Welzijn.
| 3.5 | Overige baten | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 3.5.1 | Verhuur | 51.658 | 53.000 | 69.390 |
| 3.5.2 | Detacheringen personeel | 998.773 | 616.343 | 1.183.802 |
| 3.5.4 | Sponsoring | 6.535 | 11.000 | 10.992 |
| Verkopen kantine | 330.176 | 244.000 | 295.397 | |
| Studentenbijdragen | 1.087.257 | 757.400 | 950.502 | |
| Boekwinst activa | 7.278 | 0 | 177.349 | |
| Overige | 378.809 | 360.000 | 283.138 | |
| 3.5.4 | Totaal overige | 1.803.520 | 1.361.400 | 1.706.387 |
| 3.5 | Totaal overige baten | 2.860.486 | 2.041.743 | 2.970.572 |
De overige baten vallen in 2019 hoger uit dan begroot. Dit komt door een toename van het aantal detacheringen en een stijging van de studentenbijdragen als gevolg van hogere studentenaantallen.
| 4.1 | Personeelslasten | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 70.981.289 | 71.136.886 | 70.912.510 | |
| Sociale lasten | 9.223.189 | 9.141.952 | 8.229.145 | |
| Pensioenlasten | 10.979.454 | 10.927.986 | 9.301.464 | |
| 4.1.1 | Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten | 91.183.932 | 91.206.824 | 88.443.119 |
| Dotaties personele voorzieningen | 6.419.710 | 0 | 412.814 | |
| Lasten personeel niet in loondienst | 2.315.367 | 2.281.086 | 3.677.531 | |
| Overige | 7.474.331 | 7.296.773 | 7.289.409 | |
| 4.1.2 | Overige personele lasten | 16.209.408 | 9.577.859 | 11.379.753 |
| Overige uitkeringen, die de personeelslasten verminderen | -477.820 | -485.250 | -489.763 | |
| 4.1.3 | Ontvangen vergoedingen | -477.820 | -485.250 | -489.763 |
| 4.1 | Totaal personeelslasten | 106.915.520 | 100.299.433 | 99.333.110 |
De lonen en salarissen liggen op begroting. Gemiddeld zijn er over 2019 bruto 1.301 fte in dienst (2018: 1.293 fte). Netto zijn er in 2019 gemiddeld 1.245 fte (2018: 1.251 fte) in dienst. De bruto fte kunnen als volgt worden verdeeld:
| Gemiddeld (bruto) fte in dienst | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|
| Management/directie | 10 | 10 | 10 |
| Onderwijzend personeel | 893 | 873 | 926 |
| Ondersteunend personeel | 398 | 388 | 357 |
| Totaal fte in dienst | 1.301 | 1.271 | 1.293 |
Onder de overige personele lasten vallen de dotaties aan personele voorzieningen, kosten voor uitzendkrachten en overige werknemer gerelateerde kosten zoals scholing en vestigingsactiviteiten.
In de begroting 2019 is geen rekening gehouden met de dotaties aan de voorziening seniorenverlof en de generatieregeling van in totaal € 4,7 mln. De overige stijging van € 1,7 mln. wordt veroorzaakt door een extra dotatie aan de jubileumvoorziening als gevolg van het herijken van de blijfkansen, meer instroom van werknemers in de WGA en WW en een reorganisatievoorziening bij Friese Poort Opleiding en Training B.V.
Onder de post overig zijn opgenomen de kosten diensten door derden van € 4,0 mln. (2018: € 3,8 mln.) en scholingskosten van € 1,5 mln. (2018: € 1,7 mln.).
Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland (ROC Friese Poort). Het voor ROC Friese Poort toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2019 € 177.000 op basis van de indeling in klasse F van de Regeling normering topinkomens OCW-sectoren.
De beloning van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht past binnen het bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen van onderwijsinstellingen. De beloning van de huidige bestuurders is passend binnen deze regeling.
Aan de leden van Raad van Toezicht is in 2019 in totaal € 86.954 (2018: € 73.330) excl. BTW uitbetaald als vaste vergoeding. Voor alle leden van de Raad van Toezicht geldt dat zij onafhankelijk zijn in de zin van de Code Goed Bestuur in het MBO. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen een vaste vergoeding, passend binnen de kaders van de WNT-regeling.
In het kader van de WNT wordt gemeld dat er in 2019 (en 2018) geen bezoldigingen boven de vastgestelde WNT-norm zijn uitgekeerd aan niet-topfunctionarissen met een dienstverband.
| Gegevens 2019 | ||
|---|---|---|
| Bedragen x € 1 | Dhr. drs. H.W. Meijerink | Mw. drs. A. Muller |
| Functiegegevens | College van Bestuur (vrz.) | College van Bestuur (lid) |
| Aanvang en einde functievervulling in 2019 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 |
| Deeltijdfactor in fte | 1,0 | 1,0 |
| Dienstbetrekking? | ja | ja |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 156.087 | 138.862 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 20.585 | 20.101 |
| Subtotaal | 176.672 | 158.963 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 177.000 | 177.000 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. |
| Totale bezoldiging 2019 | 176.672 | 158.963 |
| Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. |
| Gegevens 2018 | ||
| Aanvang en einde functievervulling in 2018 | 01-01 tm 31-12 | 01-03 tm 31-12 |
| Deeltijdfactor 2018 in fte | 1,0 | 1,0 |
| Dienstbetrekking? | ja | ja |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 152.027 | 113.077 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 18.936 | 15.579 |
| Subtotaal | 170.964 | 128.656 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 171.000 | 143.359 |
| Totale bezoldiging 2018 | 170.964 | 128.656 |
| Gegevens 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Bedragen x € 1 | Dhr. drs. ing. G. Jaarsma | Mevr. drs. J.M. Imhof | Dhr. drs. B. Hoekstra | Dhr. drs. J. Olivier |
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2019 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 |
| Bezoldiging | ||||
| Bezoldiging | 17.486 | 11.505 | 11.505 | 11.623 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 26.550 | 17.700 | 17.700 | 17.700 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Totale bezoldiging 2019 | 17.486 | 11.505 | 11.505 | 11.623 |
| Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Gegevens 2018 | ||||
| Aanvang en einde functievervulling in 2018 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 |
| Bezoldiging | ||||
| Bezoldiging | 15.537 | 10.260 | 10.260 | 10.369 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 25.650 | 17.100 | 17.100 | 17.100 |
| Totale bezoldiging 2018 | 15.537 | 10.260 | 10.260 | 10.369 |
| Gegevens 2019 | ||||
| Bedragen x € 1 | Dhr. mr. F. Veenstra | Mevr. ds. T.K. Kwint | Dhr. drs. B.J. Pastoor | Dhr. drs. P.D. van der Zwan |
| Functiegegevens | Lid | Lid | Lid | Aspirantlid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2019 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 |
| Bezoldiging | ||||
| Bezoldiging | 11.505 | 11.663 | 11.666 | -?? |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 17.700 | 17.700 | 17.700 | 17.700 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Totale bezoldiging 2019 | 11.505 | 11.663 | 11.666 | 0 |
| Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Gegevens 2018 | ||||
| Aanvang en einde functievervulling in 2018 | 01-01 tm 31-12 | 01-09 tm 31-12 | 01-09 tm 31-12 | 01-09 tm 31-12 |
| Bezoldiging | ||||
| Bezoldiging | 10.260 | 3.420 | 3.470 | 228 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 17.100 | 5.716 | 5.716 | 5.716 |
| Totale bezoldiging 2018 | 10.260 | 3.420 | 3.470 | 228 |
| 4.2 | Afschrijvingen | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.1 | Immateriële vaste activa | 15.838 | 15.838 | 47.160 |
| 4.2.2 | Materiële vaste activa | 8.470.099 | 8.213.935 | 8.477.130 |
| 4.2 | Totaal afschrijvingen | 8.485.937 | 8.229.773 | 8.524.290 |
De afschrijvingen zijn hoger dan begroot vanwege de versnelde afschrijving van de gebouwen Drachten en Wilaarderburen. Tijdens het opstellen van de begroting 2019 was het Cambuur stadion formeel nog niet rond en de planning voor Drachten was te onzeker om mee te nemen in de begroting 2019.
Voor een toelichting op de versnelde afschrijving wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.
| 4.3 | Huisvestingslasten | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 4.3.1 | Huur | 970.843 | 695.000 | 744.337 |
| 4.3.2 | Verzekeringen | 153.180 | 153.000 | 158.029 |
| 4.3.3 | Onderhoud | 2.120.597 | 1.939.000 | 1.811.710 |
| 4.3.4 | Energie en water | 1.176.245 | 911.000 | 892.670 |
| 4.3.5 | Schoonmaakkosten | 1.735.099 | 1.693.350 | 1.633.909 |
| 4.3.6 | Belastingen en heffingen | 667.628 | 623.150 | 597.707 |
| 4.3 | Totaal huisvestingslasten | 6.823.592 | 6.014.500 | 5.838.363 |
De huurlasten zijn boven begroting uitgekomen als gevolg van de huur voor tijdelijke onderwijsaccommodatie door de stijging van het aantal studenten en als gevolg van de reparatie van de vloeren in de vestiging Sneek.
De onderhoudslasten zijn gestegen door incidentele uitgaven met betrekking tot de reparatie van vloeren van de vestiging Sneek (€ 0,4 mln.).
| 4.4 | Overige lasten | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 4.4.1 | Administratie en beheer | 6.205.378 | 6.693.006 | 6.129.371 |
| 4.4.2 | Inventaris en apparatuur | 6.266.690 | 5.937.723 | 6.565.754 |
| 4.4.4 | Dotatie overige voorzieningen | 52.098 | 3.000 | 134.431 |
| 4.4.5 | Overige | 999.152 | 873.543 | 895.963 |
| 4.4 | Totaal overige lasten | 13.523.318 | 13.507.272 | 13.725.519 |
De administratie- en beheerslasten zijn lager uitgevallen dan begroot doordat geplande extra capaciteit voor datalijnen niet nodig is geweest.
De uitgaven voor inventaris en apparatuur lagen hoger door de revisie van machines van het centrum Fijnmechanica, deze waren gepland voor 2018 maar uitgevoerd in 2019 en daardoor niet begroot.
Accountantskosten
De honoraria van de onafhankelijke controlerend accountant over 2019 en 2018 zijn als volgt:
| Specificatie accountantskosten | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Honorarium onderzoek jaarrekening | 96.191 | 116.825 |
| Honorarium andere controleopdrachten | 11.568 | 42.119 |
| Honorarium fiscale adviezen | 0 | 3.049 |
| Honorarium andere niet-controlediensten | 0 | 0 |
| Totaal overige lasten | 107.759 | 161.993 |
De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening hebben betrekking op de uitgevoerde werkzaamheden over boekjaar 2019 (2018). Voor het honorarium onderzoek jaarrekening gelden vaste prijsafspraken.
| 5 | Saldo financiële baten en lasten | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 5.1 | Financiële baten | |||
| 5.1.1 | Rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 23.679 | 50.000 | 127.888 |
| 5.1 | Totaal financiële baten | 23.679 | 50.000 | 127.888 |
| 5.2 | Financiële lasten | |||
| 5.1.1 | Rentelasten en soortgelijke lasten | -35.387 | -50.078 | -73.143 |
| 5.2 | Totaal financiële lasten | -35.387 | -50.078 | -73.143 |
| 5 | Totaal financiële baten en lasten | -11.708 | -78 | 54.745 |
| 6 | Belastingen | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| Vennootschapsbelasting | 31.318 | 27.982 | 47.940 | |
| 6 | Totaal belastingen | 31.318 | 27.982 | 47.940 |
De belastingen betreft de vennootschapsbelasting voor ROC Friese Poort Opleiding en Training B.V. Deze liggen lager dan vorig jaar als gevolg van een lager resultaat. Het effectieve belastingpercentage bedraagt 19,7% (2018: 20,6%).
Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht. Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.
De Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland, handelend onder de naam ROC Friese Poort, is 100% aandeelhouder van Friese Poort Opleiding en Training B.V. De aandeelhouder wordt wettelijk vertegenwoordigd door het College van Bestuur van ROC Friese Poort. Binnen de besloten vennootschap is een statutair directeur benoemd.
Friese Poort Opleiding en Training B.V. verzorgt contractonderwijs voor bedrijven en particulieren, dat voor een groot deel wordt uitgevoerd door de vestigingen van het ROC. Hierna wordt in de jaarrekening voor Friese Poort Opleiding & Training B.V. de naam ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen gebruikt.
| Verbonden partij ROC Friese Poort | Meerderheidsdeelneming |
|---|---|
| Naam | ROC Friese Poort Bedrijfsopledingen |
| Juridische vorm | Besloten vennootschap |
| Statutaire zetel | Leeuwarden |
| Code Activiteit | 1. contractonderwijs |
| Eigen vermogen 31 december 2019 | € 4.008.396 |
| Exploitatiesaldo 2019 | € 127.851 |
| Omzet 2019 | € 6.832.672 |
| Verklaring art 2:403 BW | Nee |
| Consolidatie | Ja |
| Percentage deelneming | 100% |
Ten behoeve van het vergroten van eigenwaarde en zelfvertrouwen en het verbeteren van (leer-) vaardigheden bij kinderen en jongeren is in 2013 de stichting Playing for Success opgericht.
| Verbonden partij ROC Friese Poort | Overige verbonden partij |
|---|---|
| Naam | Playing for Success Leeuwarden |
| Juridische vorm | Stichting |
| Statutaire zetel | Leeuwarden |
| Code Activiteit | 4. overige |
| Verklaring art 2:403 BW | N.v.t. |
| Consolidatie | N.v.t. |
| Percentage deelneming | N.v.t. |
Op 30 januari 2009 is Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland (ROC Friese Poort) toegetreden als lid van Paars Partnerschap Coöperatief U.A. Deze coöperatie heeft als doel het inschrijven op de openbare aanbesteding door Defensie voor loopbaanlint en het zelfstandig of in groepsverband ontwikkelen, aanbieden en verzorgen van opleidingen, opleidingstrajecten en onderwijsprogramma’s.
De coöperatie bestaat uit zeven leden die elk niet aansprakelijk zijn voor schulden van de coöperatie en niet verplicht zijn tot bijdrage in tekorten, ook niet bij ontbinding van de rechtspersoon. ROC Friese Poort verzorgt het penningmeesterschap. In onderstaande tabel zijn tevens de vorderingen en schulden per 31 december 2019 van ROC Friese Poort ten opzichte van Paars Partnerschap toegelicht. Per 1 januari 2020 is de coöperatie ontbonden.
| Verbonden partij ROC Friese Poort | Overige verbonden partij |
|---|---|
| Naam | Paars Partnerschap |
| Juridische vorm | Coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid |
| Statutaire zetel | Leeuwarden |
| Code Activiteit | 1. contractonderwijs |
| Per 31 december 2019: | |
| Vorderingen op Paars Partnerschap | 0 |
| Schulden aan Paars Partnerschap | € 36.343 |
| Verklaring art 2:403 BW | N.v.t. |
| Consolidatie | N.v.t. |
| Percentage deelneming | N.v.t. |
In 2013 is ROC Friese Poort toegetreden als lid van de Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. Deze coöperatie heeft als doel het bevorderen en leveren van een bijdrage aan de kwaliteit en kwantiteit van het onderwijs in de maritieme sector in brede zin. De coöperatie bestaat uit zes leden die elk niet aansprakelijk zijn voor schulden van de coöperatie en niet verplicht zijn tot bijdrage in tekorten, ook niet bij ontbinding van de rechtspersoon.
| Verbonden partij ROC Friese Poort | Overige verbonden partij |
|---|---|
| Naam | Maritieme Academie Holland |
| Juridische vorm | Coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid |
| Statutaire zetel | Amsterdam |
| Code Activiteit | 4. overige |
| Verklaring art 2:403 BW | N.v.t. |
| Consolidatie | N.v.t. |
| Percentage deelneming | N.v.t. |
| De coöperatie telt zes leden |
In het voorjaar van 2020 zijn we geconfronteerd met de razendsnelle uitbraak van Covid-19. Maatregelen die door diverse overheden zijn genomen om het virus in te perken hebben gevolgen gehad voor het uitvoeren van onze onderwijsactiviteiten Wij hebben een aantal maatregelen genomen om de effecten van het Covid-19-virus te bewaken en te voorkomen, zoals het beperken van de toegang tot onze gebouwen, afstandsleren en thuiswerken.
Wij hebben de mogelijke effecten van het Covid-19 virus op onze financiële positie bekeken. Gezien de huidige ontwikkelingen en de solide vermogens- en liquiditeitspositie is de continuïteit van ROC Friese Poort gewaarborgd.
Na resultaatbestemming
| Bedragen * € 1.000 | 31/12/2019 | 31/12/2018 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Activa | ||||
| Vaste activa | |||||
| 1.1 | Immateriële vaste activa | 0 | 0 | ||
| 1.2 | Materiële vaste activa | 83.565 | 87.751 | ||
| 1.3 | Financiële vaste activa | 4.008 | 3.880 | ||
| Totaal vaste activa | 87.573 | 91.631 | |||
| Vlottende activa | |||||
| 1.5 | Vorderingen | 3.456 | 2.612 | ||
| 1.7 | Liquide middelen | 27.528 | 28.139 | ||
| Totaal vlottende activa | 30.984 | 30.751 | |||
| 1 | Totaal activa | 118.557 | 122.382 | ||
| 2 | Passiva | ||||
| 2.1 | Eigen Vermogen | 80.414 | 85.131 | ||
| 2.2 | Voorzieningen | 7.643 | 4.956 | ||
| 2.3 | Langlopende schulden | 245 | 772 | ||
| 2.4 | Kortlopende schulden | 30.255 | 31.523 | ||
| 2 | Totaal passiva | 118.557 | 122.382 |
| Bedragen * € 1.000 | 2019 | Begroting 2019 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|
| Baten | ||||
| 3.1 | Rijksbijdragen | 116.820 | 114.583 | 111.981 |
| 3.2 | Overige overheidsbijdragen en -subsidies | 769 | 632 | 615 |
| 3.3 | College-, cursus-, les- en examengelden | 2.031 | 1.951 | 1.973 |
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 3.615 | 3.388 | 3.392 |
| 3.5 | Overige baten | 2.653 | 1.971 | 2.971 |
| Totaal baten | 125.888 | 122.525 | 120.932 | |
| Lasten | ||||
| 4.1 | Personeelslasten | 104.983 | 98.295 | 97.444 |
| 4.2 | Afschrijvingen | 8.453 | 8.194 | 8.492 |
| 4.3 | Huisvestingslasten | 6.823 | 6.015 | 5.838 |
| 4.4 | Overige lasten | 12.975 | 12.818 | 13.245 |
| Totaal lasten | 133.234 | 125.322 | 125.019 | |
| Saldo baten en lasten | -7.345 | -2.797 | -4.087 | |
| 5 | Financiële baten en lasten | -17 | 0 | 20 |
| Resultaat | -7.363 | -2.797 | -4.067 | |
| 7 | Resultaat deelnemingen | 128 | 48 | 185 |
| Nettoresultaat | -7.235 | -2.749 | -3.882 |
De enkelvoudige jaarrekening maakt deel uit van de statutaire jaarrekening 2019 van de stichting. De financiële gegevens van de stichting zijn in de geconsolideerde jaarrekening van de stichting verwerkt.
Voor zover posten uit de enkelvoudige balans en de enkelvoudige staat van baten en lasten hierna niet nader zijn toegelicht, wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten.
De grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gelijk aan die voor de geconsolideerde staat van baten en lasten, met uitzondering van de hierna genoemde grondslagen.
Financiële instrumenten
In de enkelvoudige jaarrekening worden financiële instrumenten gepresenteerd op basis van hun juridische vorm.
Deelnemingen in groepsmaatschappijen
In de enkelvoudige balans worden deelnemingen in groepsmaatschappijen gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Zie voor een uitwerking hiervan de grondslagen voor financiële vaste activa in de geconsolideerde jaarrekening.
Resultaat deelnemingen
Het aandeel in het resultaat van stichtingen waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van de stichting in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties waarbij overdracht van activa en passiva tussen de stichting en haar deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn geëlimineerd voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.
| 1.1 Immateriële vaste activa | 1.1.1 Ontwikkelingskosten | Totaal immateriële vaste activa |
|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2019 | 125.286 | 125.286 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2019 | -125.286 | -125.286 |
| Boekwaarde 01-01-2019 | 0 | 0 |
| Investeringen boekjaar | 0 | 0 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde (*) | -125.286 | -125.286 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) | 125.286 | 125.286 |
| Afschrijvingen lopend jaar | 0 | 0 |
| Aanschafwaarde 31-12-2019 | 0 | 0 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2019 | 0 | 0 |
| Boekwaarde 31-12-2019 | 0 | 0 |
| 1.2 Materiële vaste activa | 1.2.1 Terreinen | 1.2.1 Gebouwen | 1.2.2 Inventaris en apparatuur | 1.2.4 In uitvoering en vooruitbetaling | Totaal materiële vaste activa |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2019 | 9.763.209 | 112.459.856 | 41.553.303 | 155.764 | 163.932.132 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2019 | 0 | -50.288.924 | -25.892.525 | 0 | -76.181.449 |
| Boekwaarde 01-01-2019 | 9.763.209 | 62.170.932 | 15.660.778 | 155.764 | 87.750.683 |
| Investeringen boekjaar | 0 | 589.038 | 3.775.628 | 71.496 | 4.436.162 |
| Reclassificatie | 0 | 81.292 | 0 | -81.292 | 0 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde (*) | 0 | -1.317.566 | -363.349 | -62.915 | -1.743.830 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) | 0 | 1.227.754 | 346.863 | 0 | 1.574.617 |
| Afschrijvingen lopend jaar | 0 | -4.142.787 | -4.310.308 | 0 | -8.453.095 |
| Aanschafwaarde 31-12-2019 | 9.763.209 | 111.812.620 | 44.965.582 | 83.053 | 166.624.464 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2019 | 0 | -53.203.957 | -29.855.970 | 0 | -83.059.927 |
| Boekwaarde 31-12-2019 | 9.763.209 | 58.608.663 | 15.109.612 | 83.053 | 83.564.537 |
Met ingang van boekjaar 2019 heeft de stichting voor de verwerking van groot onderhoud de overstap gemaakt van een voorziening naar de componentenbenadering.
In 2019 is € 0,7 mln. geïnvesteerd in interne verbouwingen, w.o. Cross-over Lab Leeuwarden, Simulatieruimte Urk en vervanging van verlichting. Hiervan is € 0,3 mln. geactiveerd als gevolg van het toepassen van de componentenbenadering; een hiermee samenhangend bedrag van € 0,3 mln. is gedesinvesteerd.
Het volledig afgeschreven pand Ouddeelstraat (oorspronkelijke aanschafwaarde € 1,0 mln.) is in 2019 (boekhoudkundig) gedesinvesteerd. De grond is in 2018 verkocht. Het resultaat van deze transactie is in 2018 verwerkt.
In de afschrijvingen is € 0,4 mln. opgenomen als versnelde afschrijving op de panden Wilaarderburen in Leeuwarden en Leidijk in Drachten vanwege de geplande sloop van (een deel van) de panden eind 2022.
Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.
In 2019 is € 3,8 mln. (2018: € 3,7 mln.) in inventaris en apparatuur geïnvesteerd. Hiervan is € 1,7 mln. uitgegeven aan hardware: nieuwe laptops en smart boards. Investeringen in machines en apparatuur bedraagt € 1,2 mln. (2018: € 1,3 mln.) hoofdzakelijk ten behoeve van het onderwijs. Het overige bedrag aan investeringen betreft meubilair ten behoeve van kantoor en studenten.
De post van € 0,1 mln. bestaat uit voorbereidende activiteiten voor de inrichting van de ruimten in het nieuwe Cambuurstadion in Leeuwarden.
| 1.3 Financiële vaste activa | Boekwaarde 01-01-2019 | Investeringen en verstrekte leningen | Dividend | Resultaat deelnemingen | Boekwaarde 31-12-2019 |
|---|---|---|---|---|---|
| Deelneming in groepsmaatschappijen | 3.880.544 | 0 | 0 | 127.851 | 4.008.395 |
| Totaal financiële vaste activa | 3.880.544 | 0 | 0 | 127.851 | 4.008.395 |
De financiële activa betreft de 100%-deelneming in Friese Poort Opleiding & Training B.V. te Leeuwarden, met een netto vermogenswaarde van € 4.008.395 per 31 december 2019.
| 1.5 | Vorderingen | 31/12/2019 | 31/12/2018 |
|---|---|---|---|
| 1.5.1 | Debiteuren algemeen | 311.427 | 586.537 |
| 1.5.5 | Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten | 417.215 | 394.764 |
| 1.5.7 | Overige vorderingen | 1.185.191 | 476.441 |
| 1.5.8 | Overlopende activa | 1.637.635 | 1.234.536 |
| 1.5.9 | Voorzieningen wegens oninbaarheid | -95.723 | -80.287 |
| 1.5 | Totaal vorderingen | 3.455.745 | 2.611.991 |
De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.
De overige vorderingen zijn in 2019 met € 0,7 mln. gestegen, waarvan € 0,6 mln. aan UWV transitievergoedingen.
Onder de overlopende activa zijn begrepen de nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2019 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2020. De stijging t.o.v. 2018 is gerelateerd aan eerder ontvangen facturen m.b.t. (nieuw afgesloten) software licenties en verzekeringen.
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | -80.287 | -81.391 | |
| Onttrekking | 5.578 | 10.108 | |
| Dotatie | -21.014 | -9.004 | |
| 1.5.9 | Stand per 31 december | -95.723 | -80.287 |
De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft studenten en BPV bedrijven die de opleiding voor de student betalen.
| 1.7 | Liquide middelen | 31/12/2019 | 31/12/2018 |
|---|---|---|---|
| 1.7.1 | Kasmiddelen | 1.560 | 1.632 |
| 1.7.2 | Banken | 27.526.298 | 28.137.633 |
| 1.7 | Totaal liquide middelen | 27.527.858 | 28.139.265 |
Ultimo 2019 bestaan de liquide middelen uit kasgelden, het saldo van de lopende rekeningen en uitstaande spaargelden bij banken. Afhankelijk van de markt worden deze middelen conform het Treasury statuut van ROC Friese Poort weggezet op spaar- dan wel depositorekeningen.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van ROC Friese Poort en zijn niet weggezet voor een periode langer dan één jaar met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.
| 2.1 | Eigen vermogen | Stand 01-01-2018 | Bestemming exploitatie-saldo 2018 | Onttrekking 2018 | Overige mutaties 2018 | Stand 01-01-2019 |
Bestemming exploitatie- saldo 2019 | Overige mutaties 2019 | Stand 31-12-2019 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.1.1 | Algemene reserve | 5.600.000 | 5.600.000 | -7.363.217 | 14.486.620 | 12.723.403 | |||
| 2.1.2 | Bestemmingsreserve (publiek) | ||||||||
| Huisvesting | 54.265.320 | 622.245 | 54.887.565 | 8.812.435 | 63.700.000 | ||||
| Inventaris | 15.284.445 | 200.000 | 15.484.445 | -15.484.445 | 0 | ||||
| Beleidsontwikkeling/projecten | 6.226.186 | -2.282.091 | 71.200 | 4.015.295 | -4.015.295 | 0 | |||
| Vestigingen | 3.377.795 | -2.575.267 | 478.800 | 1.281.328 | -1.281.328 | 0 | |||
| 2.1.2 | Totaal bestemmingsreserve (publiek) | 79.153.746 | -4.035.113 | 550.000 | 75.668.633 | 0 | -11.968.633 | 63.700.000 | |
| 2.1.3 | Bestemmingsreserve (privaat) | 4.228.031 | 184.513 | -550.000 | 3.862.544 | 127.851 | 3.990.395 | ||
| 2.1.3 | Totaal bestemmingsreserve (privaat) | 4.228.031 | 184.513 | -550.000 | 3.862.544 | 127.851 | 3.990.395 | ||
| 2.1.7 | Andere wettelijke reserves | 31.323 | -31.323 | 0 | |||||
| 2.1 | Totaal eigen vermogen | 89.013.100 | -3.881.923 | -550.000 | 550.000 | 85.131.177 | -7.235.366 | 2.517.987 | 80.413.798 |
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserve publiek en de bestemmingsreserve privaat, die betrekking heeft op het eigen vermogen van Friese Poort Opleiding & Training B.V.
Het exploitatiesaldo 2019 is opgenomen in de kolom bestemming exploitatiesaldo 2019.
Bij de bestemming van het exploitatiesaldo 2019 wordt rekening gehouden met de uitgangspunten in de notitie ‘Omvang eigen vermogen ROC Friese Poort 2005’, de uitkomsten van de calculatie ten aanzien van de risico’s ultimo 2019 en interne beleidsafspraken.
Van het resultaat 2019 van - € 7.235.366 is € 7.363.217 in mindering gebracht op de algemene reserve.
Het resultaat deelneming Friese Poort Opleiding & Training B.V. van € 127.851 is toegevoegd aan de bestemmingsreserve privaat.
De algemene reserve is bedoeld als risicobuffer voor onvoorziene tekorten in de exploitatie. De ondergrens is berekend op € 5,8 mln., zijnde 5% van de Rijksbijdragen.
Op 1 januari 2019 is de voorziening groot onderhoud ad € 2.517.987 toegevoegd aan de algemene reserve. Daarnaast is vanuit de bestemmingsreserve publiek € 11.968.633 toegevoegd aan de algemene reserve (zie 2.1.2 Bestemmingsreserve publiek).
In 2019 heeft een periodieke beoordeling van de bestemmingsreserves publiek plaatsgevonden. Als gevolg hiervan is besloten tot vereenvoudiging van deze reserves. De hoogte van de bestemmingsreserve Huisvesting (inclusief inventaris) is herijkt op een niveau van € 63,7 mln. Vanaf 1 januari 2019 zijn de publieke bestemmingsreserves toegevoegd aan de bestemmingsreserve Huisvesting tot dit niveau.
De resterende saldi (€ 11.968.633) zijn vervolgens toegevoegd aan de algemene reserve.
De private bestemmingsreserve bestaat uit het eigen vermogen van de private partij Friese Poort Opleiding & Training B.V. waaraan het resultaat 2019 van € 127.851 is toegevoegd.
| 2.2 | Voorzieningen | Stand per 01-01-2019 |
Dotaties | Onttrekkingen | Overige mutaties | Stand per 31-12-2019 |
Kortlopend deel (<1 jaar) |
Langlopend deel (>1 jaar <5 jaar) |
Langlopend deel (>5 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.2.1 | Personeels- voorzieningen | ||||||||
| Voorziening wachtgeld | 274.000 | 322.000 | 274.000 | 0 | 322.000 | 299.000 | 23.000 | 0 | |
| Voorziening spaarverlof ADV | 69.729 | 0 | 28.890 | 0 | 40.839 | 3.091 | 0 | 37.748 | |
| Voorziening WGA | 983.000 | 907.213 | 348.213 | 0 | 1.542.000 | 306.000 | 765.000 | 471.000 | |
| Voorziening duurzame inzetbaarheid | 150.000 | 4.707.000 | 311.000 | 0 | 4.546.000 | 832.000 | 2.500.000 | 1.214.000 | |
| Voorziening jubileum | 856.000 | 398.232 | 85.232 | 0 | 1.169.000 | 86.000 | 344.000 | 739.000 | |
| Voorziening WAB tijdelijk contract | 0 | 23.000 | 0 | 0 | 23.000 | 19.000 | 4.000 | 0 | |
| Overige personele voorzieningen | 105.715 | 0 | 105.715 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 2.2.1 | Totaal personeels- voorzieningen | 2.438.444 | 6.357.445 | 1.153.050 | 0 | 7.642.839 | 1.545.091 | 3.636.000 | 2.461.748 |
| 2.2.3 | Voorziening groot onderhoud | 2.517.987 | 0 | 0 | 2.517.987 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2.2 | Totaal voorzieningen | 4.956.431 | 6.357.445 | 1.153.050 | 2.517.987 | 7.642.839 | 1.545.091 | 3.636.000 | 2.461.748 |
De personele voorzieningen ultimo 2019 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en overige personele voorzieningen.
De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2019 is deze verplichting opgenomen voor 24 wachtgelders (2018: 19), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2021 resp. 2020 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.
Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen en dotaties binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO.
De WGA voorziening is gevormd in 2009 vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De voorziening is toegenomen als gevolg van een hogere instroom. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA’ers (15; 2018: 11) en zieken (11; 2018: 2) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.
Duurzame inzetbaarheid
In de CAO middelbaar beroepsonderwijs 2018-2020 zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort in 2019 de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd.
De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.
Tot en met 2018 is voor 9 werknemers, die reeds gebruik maken van de regeling seniorenverlof een voorziening gevormd; er was tot en met 2018 nog onvoldoende informatie beschikbaar om voor de andere groepen werknemers een betrouwbare schatting te maken.
Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen.
Per 31 december 2019 maken 90 (=77,9 fte) medewerkers gebruik van het seniorenverlof en 13 (=6,5 fte) van de generatieregeling.
Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 1,5%.
De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 0% (actuele marktrente per 31-12-2019).
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 1,5% en een disconteringsrente van 0%. In 2019 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld en aangepast.
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2020) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2019 is een voorziening gevormd voor contracten die vóór balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.
Met ingang van boekjaar 2019 heeft de stichting voor de verwerking van groot onderhoud de overstap gemaakt van een voorziening naar de componentenbenadering. Het toepassen van de componentenbenadering leidt tot een beter inzicht in het vermogen en resultaat.
Op grond van RJ212.805 is deze stelselwijziging prospectief verwerkt; reeds vóór 1 januari 2019 verwerkte activa blijven ongewijzigd.
Per 1 januari 2019 is de voorziening groot onderhoud ad € 2,5 mln. toegevoegd aan de Algemene reserve.
Zie verder de toelichting in de paragraaf stelselwijziging in het hoofdstuk waarderingsgrondslagen (materiële vaste activa).
| 2.4 Kortlopende schulden | 31/12/2019 | 31/12/2018 |
|---|---|---|
| Kredietinstellingen | 526.385 | 112.447 |
| Crediteuren | 2.990.927 | 2.105.565 |
| Schulden aan groepsmaatschappijen | 5.661.152 | 5.493.611 |
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | ||
| Loonheffing | 4.051.246 | 4.048.639 |
| Omzetbelasting | 60.651 | 26.488 |
| Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 4.111.897 | 4.075.127 |
| Schulden terzake van pensioenen | 1.210.192 | 1.130.582 |
| Overige kortlopende schulden | 417.460 | 228.567 |
| Overlopende passiva | ||
| Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden | 1.242.506 | 1.097.046 |
| Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt | 3.122.032 | 3.324.755 |
| Vooruitontvangen investeringssubsidies | 2.923.337 | 3.345.832 |
| Vakantiegeld en -dagen | 4.118.801 | 3.817.277 |
| Overig | 3.930.167 | 6.792.447 |
| Totaal overlopende passiva | 15.336.843 | 18.377.357 |
| Totaal kortlopende schulden | 30.254.856 | 31.523.256 |
Ultimo 2019 heeft Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland onder de kortlopende schulden € 5.661.152 (2018: € 5.493.611) verantwoord als rekening-courant groepsmaatschappijen. Dit betreft de rekening-courantverhouding met ROC Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden. Over deze post wordt rente berekend op basis van de werkelijk ontvangen rente op de spaarrekeningen van ROC Friese Poort. In 2019 is € 5.327 (2018: € 34.428) rente verrekend. Er zijn geen zekerheden gesteld.
Onder de overige overlopende passiva zijn onder andere opgenomen de vooruitontvangen niet-geoormerkte OCW-subsidies. Deze subsidies zijn reeds ontvangen op balansdatum, maar worden in een volgend jaar ingezet. Ultimo 2019 bedraagt dit € 1,5 mln. (2018: € 4,7 mln.). In deze post is ook begrepen een eenmalige uitkering o.b.v. de CAO 2018-2020 in 2020 ad € 0,8 mln. (2018: € 0,5 mln.).
Financiële instrumenten:
ROC Friese Poort maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.
Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.
Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.
Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 3.4.3 | Overige baten werk in opdracht van derden | 3.615.079 | 3.388.019 | 3.392.151 |
| 3.4 | Totaal baten werk in opdracht van derden | 3.615.079 | 3.388.019 | 3.392.151 |
De overige baten zijn ten opzichte van de begroting 2019 en de werkelijke cijfers 2018 gestegen als gevolg van meer projectopbrengsten.
| 4.1 | Personeelslasten | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 69.606.167 | 69.682.957 | 68.610.159 | |
| Sociale lasten | 8.974.602 | 8.933.393 | 8.403.012 | |
| Pensioenlasten | 10.756.089 | 10.706.700 | 9.615.818 | |
| 4.1.1 | Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten | 89.336.858 | 89.323.050 | 86.628.989 |
| Dotaties personele voorzieningen | 6.357.445 | 0 | 406.540 | |
| Lasten personeel niet in loondienst | 2.315.367 | 2.220.976 | 3.677.531 | |
| Overige | 7.450.870 | 7.236.563 | 7.220.602 | |
| 4.1.2 | Overige personele lasten | 16.123.682 | 9.457.539 | 11.304.673 |
| 4.1.3 | Af: Ontvangen vergoedingen | -477.820 | -485.250 | -489.764 |
| 4.1 | Totaal personeelslasten | 104.982.720 | 98.295.339 | 97.443.899 |
Gemiddeld zijn er over 2019 1.273 fte in dienst (2018: 1.268 fte). Netto zijn er in 2019 gemiddeld 1.217 fte (2018: 1.226 fte) in dienst. De bruto fte kunnen als volgt worden verdeeld:
| Gemiddeld (bruto) fte in dienst | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|
| Management/directie | 9 | 9 | 9 |
| Onderwijzend personeel | 893 | 873 | 926 |
| Ondersteunend personeel | 371 | 358 | 333 |
| Totaal fte in dienst | 1.273 | 1.240 | 1.268 |
In de begroting 2019 is geen rekening gehouden met de dotaties aan de voorziening seniorenverlof en de generatieregeling van in totaal € 4,7 mln. De overige stijging van € 1,6 mln. wordt veroorzaakt door een extra dotatie aan de jubileumvoorziening als gevolg van het herijken van de blijfkansen en meer instroom van werknemers in de WGA en WW.
Onder de post overig zijn opgenomen de kosten diensten door derden van € 4,0 mln. (2018: € 3,8 mln.) en scholingskosten van € 1,5 mln. (2018: € 1,7 mln.).
| 4.2 | Afschrijvingen | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.1 | Immateriële vaste activa | 0 | 0 | 31.321 |
| 4.2.2 | Materiële vaste activa | 8.453.095 | 8.193.520 | 8.461.069 |
| 4.2 | Totaal afschrijvingen | 8.453.095 | 8.193.520 | 8.492.390 |
De afschrijvingen zijn hoger dan begroot vanwege de versnelde afschrijving van de gebouwen Drachten en Wilaarderburen. Tijdens het opstellen van de begroting 2019 was het Cambuur stadion formeel nog niet rond en de planning voor Drachten was te onzeker om mee te nemen in de begroting 2019.
Voor een toelichting op de versnelde afschrijving wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.
| 4.3 | Huisvestingslasten | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 4.3.1 | Huur | 970.843 | 695.000 | 744.337 |
| 4.3.2 | Verzekeringen | 153.180 | 153.000 | 158.029 |
| 4.3.3 | Onderhoud | 2.120.098 | 1.939.000 | 1.811.168 |
| 4.3.4 | Energie en water | 1.176.245 | 911.000 | 892.670 |
| 4.3.5 | Schoonmaakkosten | 1.735.099 | 1.693.350 | 1.633.909 |
| 4.3.6 | Belastingen en heffingen | 667.628 | 623.150 | 597.709 |
| 4.3 | Totaal huisvestingslasten | 6.823.093 | 6.014.500 | 5.837.822 |
De huurlasten zijn boven begroting uitgekomen als gevolg van de huur voor tijdelijke onderwijsaccommodatie door de stijging van het aantal studenten en als gevolg van de reparatie van de vloeren in de vestiging Sneek.
De onderhoudslasten zijn gestegen door incidentele uitgaven met betrekking tot de reparatie van vloeren van de vestiging Sneek (€ 0,4 mln.).
| 4.4 | Overige lasten | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 4.4.1 | Administratie en beheer | 5.931.591 | 6.370.568 | 6.004.131 |
| 4.4.2 | Inventaris en apparatuur | 6.263.186 | 5.937.723 | 6.562.209 |
| 4.4.3 | Dotatie overige voorzieningen | 21.014 | 3.000 | 9.004 |
| 4.4.5 | Overige | 759.302 | 506.757 | 669.851 |
| 4.4 | Totaal overige lasten | 12.975.093 | 12.818.048 | 13.245.196 |
De administratie- en beheerslasten zijn lager uitgevallen dan begroot doordat geplande extra capaciteit voor datalijnen niet nodig is geweest.
De uitgaven voor inventaris en apparatuur lagen hoger door de revisie van machines van het centrum Fijnmechanica, deze waren gepland voor 2018 maar uitgevoerd in 2019 en daardoor niet begroot.
| 5 | Saldo financiële baten en lasten | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| 5.1 | Financiële baten | |||
| 5.1.1 | Rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 18.352 | 50.000 | 93.460 |
| 5.1 | Totaal financiële baten | 18.352 | 50.000 | 93.460 |
| 5.2 | Financiële lasten | |||
| 5.1.1 | Rentelasten en soortgelijke lasten | -35.387 | -50.078 | -73.143 |
| 5.2 | Totaal financiële lasten | -35.387 | -50.078 | -73.143 |
| 5 | Totaal financiële baten en lasten | -17.035 | -78 | 20.317 |
| 7 | Resultaat deelnemingen | 2019 | Begroting 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|---|
| Resultaat deelnemingen | ||||
| ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen B.V. | 127.851 | 48.000 | 184.512 | |
| 7 | Totaal resultaat deelnemingen | 127.851 | 48.000 | 184.512 |
| Datum vaststelling jaarrekening | Leeuwarden, 28 mei 2020 | |
| Voorzitter College van Bestuur | De heer drs. H.W. Meijerink RA | |
| Lid College van Bestuur | Mevrouw drs. A.C. Muller | |
| Datum goedkeuring jaarrekening | Leeuwarden, 26 juni 2020 | |
| Voorzitter Raad van Toezicht | De heer G. Jaarsma | |
| Lid Raad van Toezicht | De heer B. Hoekstra | |
| Lid Raad van Toezicht | De heer J. Olivier | |
| Lid Raad van Toezicht | De heer F. Veenstra | |
| Lid Raad van Toezicht | Mevrouw T.K. Kwint | |
| Lid Raad van Toezicht | De heer B.J. Pastoor | |
| Lid Raad van Toezicht | De heer P.D. van der Zwan (benoemd per 1 januari 2020) |
In de statuten van de Stichting ROC Friese Poort is niet specifiek opgenomen hoe het jaarlijks resultaat te bestemmen. Jaarlijks wordt in de jaarrekening onder hoofdstuk 2.1 Resultaatbestemming de verdeling bepaald.
Aan: de Raad van Toezicht en het College van Bestuur van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland / Flevoland
Wij hebben de jaarrekening 2019 van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland / Flevoland (hierna ‘de stichting’) te Leeuwarden
(hierna ‘de jaarrekening') gecontroleerd.
Naar ons oordeel:
De jaarrekening bestaat uit:
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2019 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.
Wij zijn onafhankelijk van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland / Flevoland zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2019 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.
Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het geïntegreerd jaardocument andere informatie, die bestaat uit:
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle van de jaarrekening of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs paragraaf 2.2.2 Bestuursverslag van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2019 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en de overige OCW wet- en regelgeving.
Verantwoordelijkheden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht voor de jaarrekening
Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Het College van Bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.
In dit kader is het College van Bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het College van Bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het College van Bestuur afwegen of de onderwijsinstelling in staat is om haar activiteiten in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het College van Bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het College van Bestuur het voornemen heeft om de stichting te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het College van Bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
De Raad van Toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de stichting.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van de jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2019, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:
Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. In dit kader hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden voor de groepsonderdelen. Bepalend hierbij zijn de omvang en/of het risicoprofiel van de groepsonderdelen of de activiteiten. Op grond hiervan hebben wij de groepsonderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de volledige financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was.
Wij communiceren met de Raad van Toezicht onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Enschede, 26 juni 2020
KPMG Accountants N.V.
E.M. Olthof RA