Spring naar inhoud

Jaarrekening 2019

Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland - Leeuwarden, 26 juni 2020

Geconsolideerde balans per 31 december 2019

Na resultaatbestemming

  Bedragen * € 1.000 31/12/2019   31/12/2018  
1 Activa        
  Vaste activa        
1.1 Immateriële vaste activa 87   103  
1.2 Materiële vaste activa 83.620   87.822  
  Totaal vaste activa   83.707   87.925
  Vlottende activa        
1.5 Vorderingen 4.188   3.505  
1.7 Liquide middelen 27.646   28.307  
  Totaal vlottende activa   31.834   31.812
1 TOTAAL ACTIVA   115.541   119.737
           
2 Passiva        
2.1 Eigen Vermogen 80.414   85.131  
2.2 Voorzieningen 7.739   5.002  
2.3 Langlopende schulden 245   771  
2.4 Kortlopende schulden 27.143   28.833  
2 TOTAAL PASSIVA   115.541   119.737

Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2019

  Bedragen * € 1.000 2019 Begroting 2019 2018
  Baten      
3.1 Rijksbijdragen 116.820 114.583 111.981
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 842 632 729
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden 2.031 1.951 1.973
3.4 Baten werk in opdracht van derden 6.003 6.123 5.878
3.5 Overige baten 2.860 2.042 2.971
  Totaal baten 128.556 125.330 123.532
  Lasten      
4.1 Personeelslasten 106.916 100.299 99.333
4.2 Afschrijvingen 8.486 8.230 8.525
4.3 Huisvestingslasten 6.824 6.015 5.838
4.4 Overige lasten 13.523 13.507 13.725
  Totaal lasten 135.748 128.051 127.421
  Saldo baten en lasten -7.192 -2.721 -3.889
5 Financiële baten en lasten -12 0 55
  Resultaat -7.204 -2.721 -3.834
6 Belastingen 31 28 48
  Nettoresultaat -7.235 -2.749 -3.882

Geconsolideerd overzicht totaalresultaat over 2019

  Bedragen * € 1.000 2019 Begroting 2019 2018
  Geconsolideerd nettoresultaat na belastingen -7.235 -2.749 -3.882
  Totaal van de rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen 0 0 0
  Totaalresultaat -7.235 -2.749 -3.882

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2019

  Bedragen * € 1.000 2019 2018
       
  Kasstroom uit operationele activiteiten    
  Saldo van baten en lasten -7.192 -3.889
  Aanpassingen voor:    
  Afschrijvingen (1.1, 1.2 en 4.2) 8.486 8.524
  Boekwinst (2018: boekwinst) op materiële vaste activa -100 -177
  Toename voorzieningen (2.2) 5.254 525
    13.640 8.872
  Veranderingen in werkkapitaal    
  Toename (2018: afname) vorderingen (1.5) -812 427
  Afname (2018: afname) schulden (2.4) -2.387 -636
    -3.199 -208
  Kasstroom uit bedrijfsoperaties 3.249 4.775
       
  Ontvangen interest 130 128
  Betaalde interest -35 -73
  Betaalde belastingen -8 -196
    86 -141
  Totaal kasstroom uit operationele activiteiten 3.335 4.634
       
  Kasstroom uit investeringsactiviteiten    
  Investeringen in materiële vaste activa (1.2) 4.234 3.951
  Desinvesteringen in materiële vaste activa (1.2) 351 346
  Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten -3.884 -3.605
       
  Kasstroom uit financieringsactiviteiten    
  Aflossing langlopende schulden (2.3) 112 112
  Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten -112 -112
       
  Mutatie geldmiddelen -661 917

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 2019

Algemeen

Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland is statutair gevestigd in Leeuwarden en bij de Kamer van Koophandel geregistreerd onder nummer 41003498. De stichting (hierna genoemd: ROC Friese Poort) heeft tot doel de oprichting en instandhouding van één of meer instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in Friesland en in Flevoland. Deze jaarrekening bevat de financiële informatie van zowel de stichting als haar geconsolideerde 100%-deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden.

Toegepaste Standaarden

De geconsolideerde jaarrekening van de stichting is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW, de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 660 onderwijsinstellingen. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO). 
De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2019, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2019. 

Continuïteit

Wij hebben de continuïteit van ROC Friese Poort beoordeeld, inclusief de mogelijke effecten van het Covid-19 virus op onze financiële positie. Gezien de huidige ontwikkelingen en de solide vermogens- en liquiditeitspositie is de continuïteit gewaarborgd. Op grond hiervan is de jaarrekening opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling

Algemeen
Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij anders staat vermeld in de verdere grondslagen.

ROC Friese Poort neemt een actief alleen in de balans op als het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen aan ROC Friese Poort toekomen en de waarde ervan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Verplichtingen worden in de balans opgenomen als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard gaat met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. 

Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen. 

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. 
Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten of economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. 

Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s. Alle financiële informatie in de hoofdoverzichten is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal in euro’s. De financiële informatie in de toelichting is in hele euro’s weergegeven, tenzij in de toelichting anders vermeld.

GEBRUIK VAN SCHATTINGEN
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De waarderingsgrondslag van personele voorzieningen is naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereist schattingen en veronderstellingen.

Consolidatie

Meerderheidsdeelnemingen en overige verbonden partijen waarover overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat, worden geconsolideerd. Overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan worden uitgeoefend doordat beschikt wordt over een meerderheid van stemrechten, meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen kan benoemen of ontslaan of op enige andere manier de financiële en operationele activiteiten worden beheerst. Hierbij worden ook financiële instrumenten betrokken die potentiele stemrechten bevatten en zodanig kunnen worden uitgeoefend dat ze daardoor de stichting meer of minder invloed verschaffen.

In de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen de 100%-deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden.
Hierbij is de integrale methode toegepast, waardoor activa, passiva en de baten en lasten voor 100% zijn meegenomen in de geconsolideerde jaarrekening. Intercompany-transacties, resultaten en onderlinge vorderingen en schulden worden geëlimineerd.

De posten in de geconsolideerde jaarrekening worden opgesteld volgens uniforme grondslagen van waardering en resultaatbepaling van de groep.

VERGELIJKENDE CIJFERS
In 2019 is geen sprake geweest van herrubricering van vergelijkende cijfers over 2018.

FINANCIËLE INSTRUMENTEN
ROC Friese Poort kent de volgende financiële instrumenten: debiteuren en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen, crediteuren en overige schulden. Zij heeft geen afgeleide financiële instrumenten. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract. Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

Debiteuren en overige vorderingen
Vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Dit gebeurt op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waarderingsverliezen.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de staat van baten en lasten verwerkt.
De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Waarderingsgrondslagen balans

Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van de cumulatieve afschrijvingen en de bijzondere waardeverminderingen. 
De verkrijgingsprijs bestaat uit de aanschafwaarde per 1 juli 2015 van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid (Goodwill). 
De immateriële vaste activa wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur. 
Voor goodwill wordt een afschrijvingstermijn van 10 jaar gehanteerd.

Immateriële vaste activa worden in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige voordelen die dat actief in zich bergt, zullen toekomen aan de stichting en de kosten van dat actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. 
De grondslagen voor de vaststelling en verwerking van bijzondere waardeverminderingen zijn opgenomen onder het hoofd Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.

Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de stichting en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Op de materiele vaste activa wordt lineair afgeschreven gedurende de geschatte toekomstige gebruiksduur. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting. 
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen. De kosten van groot onderhoud worden vanaf 2019 verwerkt volgens de componentenbenadering. 
Dit houdt in dat bij de uitvoering van het onderhoud deze kosten worden verwerkt in de balans als materieel vast actief, indien aan de activeringsciteria wordt voldaan. Het actief wordt opgesplitst in één of meer componenten, ieder met een eigen economische levensduur en dus afschrijvingstermijn. Overige onderhoudsuitgaven worden direct in de resultatenrekening verwerkt.

De componenten en afschrijvingstermijnen die Friese Poort onderkent zijn:

Component Afschrijvingstermijn in jaren
Terreinverharding 20
Bouwkundig 5-35
Schilderwerk 7
Dakbedekking 30
Vloeren (linoleum) 15
Plafonds 25
Liftinstallaties 25
Overige installaties 15

Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.
Op terreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering, alsmede vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.

Stelselwijziging
Met ingang van boekjaar 2019 heeft de stichting voor de verwerking van groot onderhoud de overstap gemaakt van een voorziening naar de componentenbenadering. Het toepassen van de componentenbenadering leidt tot een beter inzicht in het vermogen en resultaat. De verschillende componenten zijn toegelicht onder de materiële vaste activa. Op grond van RJ212.805 is deze stelselwijziging prospectief worden verwerkt; reeds vóór 1 januari 2019 verwerkte activa blijven ongewijzigd. 
Per 1 januari 2019 is de voorziening groot onderhoud ad € 2,5 mln. toegevoegd aan de Algemene reserve. De verwachte impact op de resultaten en het eigen vermogen over 2020 en 2021 is per saldo nagenoeg nihil.

Bijzondere waardeverminderingen 
Voor materiële en immateriële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.
Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de boekwaarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.

Schattingswijziging
In 2019 heeft een schattingswijziging plaatsgevonden ten aanzien van de gebruiksduur van gebouw D te Drachten, waarbij ROC Friese Poort in het strategisch huisvestingsplan in 2019 heeft besloten dit gebouw in 2022 te slopen en te voorzien van nieuwbouw met minder m2 oppervlak. 
De schattingswijziging resulteert in een hogere afschrijvingslast voor het betreffende actief van € 250.000 per jaar tot 2022. Deze wijziging is conform de verslaggevingsrichtlijnen prospectief verwerkt in de jaarrekening.

In 2018 heeft een schattingswijziging plaatsgevonden ten aanzien van de gebruiksduur van het gedeelte van het pand aan de Wilaarderburen te Leeuwarden (intern ook wel ‘het Kruis’ genoemd), waarbij ROC Friese Poort de verwachting heeft dit gedeelte in 2022 te slopen nadat de huisvesting in het Cambuurstadion is bewerkstelligd. De schattingswijziging resulteert in een hogere afschrijvingslast voor het betreffende actief van € 152.000 per jaar tot 2022. Deze wijziging wordt conform de verslaggevingsrichtlijnen prospectief verwerkt, voor het eerst in 2018.

Vervreemding van vaste activa
Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Financiële vaste activa
De 100% deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V in de enkelvoudige jaarrekening wordt gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van de stichting gehanteerd.

Onderhanden projecten
De post onderhanden projecten bestaat uit het saldo van gerealiseerde projectkosten (kosten die direct betrekking hebben op het project, kosten die toerekenbaar en toewijsbaar aan het project en andere kosten die contactueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend), toegerekende winst, verwerkte verliezen en reeds gedeclareerde termijnen.
De winstneming op en vaststelling van onderhanden projecten is gebaseerd op de percentage of completion methode. De mate waarin prestaties van een onderhanden project zijn verricht wordt bepaald aan de hand van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Voor zover noodzakelijk is bij de waardering van onderhanden projecten rekening gehouden met een voorziening voor verwachte verliezen. Bij een positief saldo van vooruit gefactureerde opbrengsten ten opzichte van vooruit ontvangen kosten, wordt onderhanden projecten credit gepresenteerd. Bij een positief saldo van vooruit ontvangen kosten ten opzichte van vooruit gefactureerde opbrengsten, wordt onderhanden projecten debet gepresenteerd.

Vlottende activa
Vorderingen
De grondslag voor de waardering van vorderingen zijn beschreven onder Financiële instrumenten. 

Liquide middelen
De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Deze staan ter vrije beschikking, tenzij anders is vermeld. Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering. 

Eigen vermogen
Onder het eigen vermogen worden de algemene reserve, de publieke en private bestemmingsreserves gepresenteerd. 
De algemene reserve staat ter  vrije beschikking staan van het bestuur. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, die door het bestuur is aangebracht.  Reserves die aantoonbaar zijn opgebouwd uit private middelen worden als bestemmingsreserve privaat gerubriceerd.

Voorzieningen
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:

  • een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden;
  • waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; 
  • het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.

Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde met uitzondering van de jubileumvoorziening en de voorziening seniorenverlof; deze zijn gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 0% (actuele marktrente per 31-12-2019).

Voorziening wachtgeld en voorziening WGA
Dit betreft de nominale waarde van de toekomstige te betalen uitkeringen aan medewerkers inzake wachtgeld en WGA in het kader van het eigen risico dragerschap van ROC Friese Poort. Bij de voorziening voor wachtgeld worden voorziene verplichtingen langer dan één jaar voorzien en korter dan één jaar als periodelast verantwoord. De voorziening WGA wordt gebaseerd op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op de bekende WGA’ers en zieken op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet. 

Voorziening spaarverlof ADV
De voorziening spaarverlof ADV betreft een voorziening op basis van de spaarverlof ADV regeling. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst af te wikkelen spaarverloven. De berekening is gebaseerd op de gedane toezeggingen en blijfkansen van medewerkers.

Voorziening duurzame inzetbaarheid
De voorziening duurzame inzetbaarheid is gebaseerd op de cao-afspraken inzake de regeling duurzame inzetbaarheid (seniorenverlof) en een ROC Friese Poort generatieregeling (looptijd tot 1 januari 2023). 
Beide regelingen hebben het kenmerk van een voorziening met opbouw van rechten. 
Daarom wordt een voorziening gevormd voor het deel van de geschatte kosten die ten laste van de werkgever komen. Vanaf 2019 is de voorziening uitgebreid met werknemers die nog niet deelnemen maar wel voldoen aan de criteria voor deelname aan bovengenoemde regelingen. Hierbij is rekening gehouden met de blijfkans, leeftijd en deelnamepercentages.

Jubileumvoorziening
De jubileumvoorziening heeft betrekking op toekomstige jubileumuitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband, en is grotendeels langlopend. De voorziening betreft de contante waarde van het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkansen en leeftijden. De rekenrente bedraagt 0% (actuele marktrente per 31-12-2019).

Voorziening WAB tijdelijk contract
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2020) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2019 is een voorziening gevormd voor contracten die vóór balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.

Reorganisatievoorziening
Deze voorziening is opgenomen bij de deelneming en betreft de feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan en is opgebouwd uit bedragen die in 2020 worden uitgegeven voor de afvloeiing van werknemers.

Langlopende schulden
De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten.

Kortlopende schulden
De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten.

Grondslagen voor de bepaling van baten en lasten

Algemeen
Met inachtneming van het hiervoor genoemde worden de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen, voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies 
Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als baten in de staat van baten en lasten. Indien deze opbrengsten betrekking hebben op een specifiek doel en er sprake is van bestedingsverplichtingen, dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord. Indien toegekende gelden betrekking hebben op een specifiek doel, maar geen sprake is van bestedingsverplichtingen, worden de ontvangen gelden als bate verantwoord in het jaar  waarop de gelden betrekking hebben, tenzij toerekening naar schooljaar plaats vindt (i.p.v. kalenderjaar) of sprake is van een concreet bestedingsplan voor de periode na balansdatum. 
Subsidies ter compensatie van gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van kosten van een actief worden systematisch in de staat van baten en lasten opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief. 

College-, cursus-, les- en examengelden
De college-, cursus-, les- en examengelden worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijs- en onderzoekstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn gespreid.

Baten werk in opdracht van derden
Opbrengsten van werk in opdracht van derden (contractonderwijs) worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen voor een bedrag gelijk aan de kosten als vast staat dat deze kosten declarabel zijn. Een  eventueel positief resultaat wordt genomen naar rato van het stadium van voltooiing van de opdracht op verslagdatum (de zogeheten percentage of completion methode).

Overige bedrijfsopbrengsten
Overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit baten uit verhuur, detachering en overige baten. Opbrengsten uit hoofde van verleende diensten worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum.

Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingdienst en het pensioenfonds.
De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.

Pensioenen
Stichting Friese Poort heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP op basis van het middelloonstelsel. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. De pensioenpremies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa als dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. De beleidsdekkingsgraad van Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP per 31 december 2019 was 94,1%. Dit is lager dan het wettelijk vereiste minimum van 104,2%. Per 31 maart 2020 is de beleidsdekkingsgraad gedaald naar 82,0%. De risico’s van loonontwikkeling, prijsindexatie en beleggingsrendement op het fondsvermogen zullen mogelijk leiden tot toekomstige aanpassingen in de jaarlijkse bijdragen aan het pensioenfonds. Deze risico’s komen niet tot uitdrukking in de balans. Uit berichtgeving van het ABP volgt dat het op dit moment niet duidelijk is wat de impact op de balans van de stichting is aangezien de dekkingsgraad op 31 december 2020 bepalend is voor de maatregelen die het ABP moet nemen. Wel is de kans aanwezig dat de pensioenen in 2021 zullen worden verlaagd.

Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.

Financiële baten en lasten
Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.

Belastingen 
De vennootschapsbelasting (van de deelneming) betreft de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelasting. Deze wordt berekend op basis van het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten, het geldende belastingtarief en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting. 
Een groot deel van de activiteiten valt niet onder de vennootschapsbelastingplicht op basis van de activiteitentoets als de bekostigingseis van de subjectvrijstelling ex artikel 6b lid 1 onderdeel b Wet VPB 1969.

Operational lease
Er is sprake van een aantal leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan eigendom verbonden zijn, niet bij de stichting ligt. Deze leasecontracten zijn verantwoord als operational lease. Leasebetalingen worden op lineaire basis verwerkt in de staat van baten en lasten over de looptijd van het contract.

Gebeurtenissen na balansdatum
Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening. Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen.
Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. 

Toelichting op de geconsolideerde balans

Vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa 1.1.1 Ontwikkelingskosten 1.1.3 Goodwill Totaal immateriële vaste activa
Aanschafwaarde 01-01-2019 125.286 158.381 283.667
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2019 -125.286 -55.434 -180.720
Boekwaarde 01-01-2019 0 102.947 102.947
Investeringen boekjaar 0 0 0
Desinvesteringen aanschafwaarde (*) -125.286 0 -125.286
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) 125.286 0 125.286
Afschrijvingen lopend jaar 0 -15.838 -15.838
Aanschafwaarde 31-12-2019 0 158.381 158.381
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2019 0 -71.272 -71.272
Boekwaarde 31-12-2019 0 87.109 87.109

De goodwill betreft door ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen betaalde goodwill voor overname van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid. De goodwill wordt in 10 jaar afgeschreven.

1.2. Materiële vaste activa

1.2 Materiële vaste activa 1.2.1 Terreinen 1.2.1 Gebouwen 1.2.2 Inventaris en apparatuur 1.2.4 In uitvoering en vooruitbetaling Totaal materiële vaste activa
Aanschafwaarde 01-01-2019 9.763.209 112.459.856 41.852.061 155.764 164.230.890
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2019 0 -50.288.924 -26.119.687 0 -76.408.611
Boekwaarde 01-01-2019 9.763.209 62.170.932 15.732.374 155.764 87.822.279
Investeringen boekjaar 0 589.038 3.776.436 71.496 4.436.970
Reclassificatie 0 81.292 0 -81.292 0
Desinvesteringen aanschafwaarde (*) 0 -1.317.566 -435.308 -62.915 -1.815.789
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) 0 1.227.754 418.822 0 1.646.576
Afschrijvingen lopend jaar 0 -4.142.787 -4.327.312 0 -8.470.099
Aanschafwaarde 31-12-2019 9.763.209 111.812.619 45.193.189 83.052 166.852.069
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2019 0 -53.203.956 -30.028.177 0 -83.232.133
Boekwaarde ultimo boekjaar 9.763.209 58.608.663 15.165.012 83.052 83.619.936

1.2.1. Terreinen en gebouwen

Met ingang van boekjaar 2019 heeft de stichting voor de verwerking van groot onderhoud de overstap gemaakt van een voorziening naar de componentenbenadering.
In 2019 is € 0,7 mln. geïnvesteerd in interne verbouwingen, w.o. Cross-over Lab Leeuwarden, Simulatieruimte Urk en vervanging van verlichting. Hiervan is € 0,3 mln. geactiveerd als gevolg van het toepassen van de componentenbenadering; een hiermee samenhangend bedrag van € 0,3 mln. is gedesinvesteerd.
Het volledig afgeschreven pand Ouddeelstraat (oorspronkelijke aanschafwaarde € 1,0 mln.) is in 2019 (boekhoudkundig) gedesinvesteerd. De grond is in 2018 verkocht. Het resultaat van deze transactie is in 2018 verwerkt. 
In de afschrijvingen is € 0,4 mln. opgenomen als versnelde afschrijving op de panden Wilaarderburen in Leeuwarden en Leidijk in Drachten vanwege de geplande sloop van (een deel van) de panden eind 2022.
Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.

1.2.2. Inventaris en apparatuur

In 2019 is € 3,8 mln. (2018: € 3,7 mln.) in inventaris en apparatuur geïnvesteerd. Hiervan is € 1,7 mln. uitgegeven aan hardware: nieuwe laptops en smart boards. Investeringen in machines en apparatuur bedraagt € 1,2 mln. (2018: € 1,3 mln.) hoofdzakelijk ten behoeve van het onderwijs. Het overige bedrag aan investeringen betreft meubilair ten behoeve van kantoor en studenten. 

1.2.4. In uitvoering en vooruitbetalingen

De post van € 0,1 mln. bestaat uit voorbereidende activiteiten voor de inrichting van de ruimten in het nieuwe Cambuurstadion in Leeuwarden.

WOZ-waarde

Waarde ultimo (bedragen x € 1.000) 2019 2018 2017 2016 2015
WOZ-waarde gebouwen en terreinen 77.435 79.601 70.888 81.832 77.800

De WOZ-waarde van de gebouwen en terreinen is gebaseerd op peildatum 1 januari 2019, met uitzondering van Leeuwarden (1 januari 2018). Deze peildatum is financieel bepalend voor het kalenderjaar 2020 resp. 2019.

Verzekerde waarde

Waarde ultimo (bedragen x € 1.000) 2019 2018 2017 2016 2015
Verzekerde waarde gebouwen 178.886 156.873 154.353 145.138 143.184

De verzekerde waarde is per 1 januari 2020. De stijging van de waarde ten opzichte van het voorgaande jaar is het gevolg van indexatie.

Vlottende activa

1.5. Vorderingen

1.5 Vorderingen 31/12/2019 31/12/2018
1.5.1 Debiteuren algemeen 1.102.086 1.519.093
1.5.5 Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten 417.215 394.764
1.5.7 Overige vorderingen 1.248.648 548.530
1.5.8 Overlopende activa 1.648.231 1.262.818
1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid -227.799 -219.575
1.5 Totaal vorderingen 4.188.381 3.505.630

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar. 

1.5.1. Debiteuren

Ultimo 2019 is het saldo debiteuren € 0,4 mln. gedaald ten opzichte van 2018. Hiervan is € 0,2 mln. opgenomen onder de overige vorderingen (nog te factureren).

1.5.7. Overige vorderingen

De overige vorderingen zijn in 2019 met € 0,7 mln. gestegen, waarvan € 0,6 aan te vorderen UWV transitievergoedingen.

1.5.8. Overlopende activa

Onder de overlopende activa zijn begrepen de nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2019 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2020. De stijging t.o.v. 2018 is gerelateerd aan eerder ontvangen facturen m.b.t. (nieuw afgesloten) software licenties en verzekeringen.  

1.5.9. Voorziening wegens oninbaarheid

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid 2019 2018
  Stand per 1 januari -219.574 -234.947
  Onttrekking 43.873 149.802
  Dotatie -52.098 -134.430
1.5.9 Stand per 31 december -227.799 -219.575

De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Ultimo 2019 is de voorziening voor € 0,13 mln. gevormd door ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen (2018: € 0,14 mln.), de rest van de voorziening heeft betrekking op de vestingen van ROC Friese Poort.

1.7. Liquide middelen

1.7 Liquide middelen 31/12/2019 31/12/2018
1.7.1 Kasmiddelen 1.731 2.520
1.7.2 Banken 27.644.282 28.304.134
1.7 Totaal liquide middelen 27.646.013 28.306.654

Ultimo 2019 bestaan de liquide middelen uit kasgelden, het saldo van de lopende rekeningen en uitstaande spaargelden bij banken. Afhankelijk van de markt worden deze middelen conform het Treasury statuut van ROC Friese Poort weggezet op spaar- dan wel depositorekeningen.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van ROC Friese Poort en zijn niet weggezet voor een periode langer dan één jaar met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.

Passiva

2.1. Eigen vermogen

Ultimo 2019 bedraagt het groepsvermogen € 80,4 mln. (2018: € 85,1 mln.).
Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar de enkelvoudige jaarrekening.

2.2. Voorzieningen

2.2 Voorzieningen Stand per
01-01-2019
Dotaties Onttrek-kingen Overige mutaties Stand per
31-12-2019
Kortlopend
deel (<1 jaar)
Langlopend
deel (> 1 jaar < 5 jaar)
Langlopend
deel (> 5 jaar)
2.2.1 Personeels- voorzieningen                
  Voorziening wachtgeld 274.000 322.000 274.000 0 322.000 299.000 23.000 0
  Voorziening spaarverlof ADV 69.729 0 28.890 0 40.839 3.091 0 37.748
  Voorziening WGA 983.000 907.213 348.213 0 1.542.000 306.000 765.000 471.000
  Voorziening duurzame inzetbaarheid 150.000 4.707.000 311.000 0 4.546.000 832.000 2.500.000 1.214.000
  Voorziening jubileum 901.783 405.977 97.244 0 1.210.516 86.000 385.516 739.000
  Voorziening WAB tijdelijk contract 0 23.000 0 0 23.000 19.000 4.000 0
  Overige personele voorzieningen 105.715 54.520 105.715 0 54.520 54.520 0 0
2.2.1 Totaal personeels- voorzieningen 2.484.227 6.419.710 1.165.062 0 7.738.875 1.599.611 3.677.516 2.461.748
2.2.3 Voorziening groot onderhoud 2.517.987 0 0 2.517.987 0 0 0 0
2.2 Totaal voorzieningen 5.002.214 6.419.710 1.165.062 2.517.987 7.738.875 1.599.611 3.677.516 2.461.748

2.2.1. Personeelsvoorzieningen

De personele voorzieningen ultimo 2019 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en overige personele voorzieningen.

De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2019 is deze verplichting opgenomen voor 24 wachtgelders (2018: 19), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2021 resp. 2020 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.

Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen en dotaties binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO. 

De WGA voorziening is gevormd in 2009 vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De voorziening is toegenomen als gevolg van een hogere instroom. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA’ers (15; 2018: 11) en zieken (11; 2018: 2) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.  

Duurzame inzetbaarheid
In de CAO middelbaar beroepsonderwijs 2018-2020 zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort in 2019 de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd. De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen. 

Tot en met 2018 is voor 9 werknemers, die reeds gebruik maken van de regeling seniorenverlof een voorziening gevormd; er was tot en met 2018 nog onvoldoende informatie beschikbaar om voor de andere groepen werknemers een betrouwbare schatting te maken. Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. Per 31 december 2019 maken 90 (=77,9 fte) medewerkers gebruik van het seniorenverlof en 13 (=6,5 fte) van de generatieregeling. 
Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 1,5%. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 0% (actuele marktrente per 31-12-2019).

De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 1,5% en een disconteringsrente van 0%. In 2019 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld en aangepast.

Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2020) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2019 is een voorziening gevormd voor contracten die vóór balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.

De overige personele voorzieningen bestaat uit een reorganisatievoorziening die is opgenomen bij Friese Poort Opleiding en Training B.V. Deze voorziening betreft de feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan en is opgebouwd uit bedragen die in 2020 worden uitgegeven voor de afvloeiing van oudere werknemers en voor boven-functionele bedragen die de komende jaren worden uitgegeven in verband functiedemoties.

2.2.3. Voorziening groot onderhoud

Met ingang van boekjaar 2019 heeft de stichting voor de verwerking van groot onderhoud de overstap gemaakt van een voorziening naar de componentenbenadering. Het toepassen van de componentenbenadering leidt tot een beter inzicht in het vermogen en resultaat. Op grond van RJ212.805 is deze stelselwijziging prospectief verwerkt; reeds vóór 1 januari 2019 verwerkte activa blijven ongewijzigd. 
Per 1 januari 2019 is de voorziening groot onderhoud ad €2,5 mln. toegevoegd aan de Algemene reserve. Zie verder de toelichting in de paragraaf stelselwijziging in het hoofdstuk waarderingsgrondslagen (materiële vaste activa).

2.3. Langlopende schulden

2.3 Langlopende schulden Stand 01-01-2019 > 1 jaar Aflossing 2020 Stand 31-12-2019 > 1 jaar Looptijd > 1 jaar en < 5 jaar Looptijd > 5 jaar
2.3.3 Kredietinstellingen 771.427 526.385 245.042 108.908 136.134
2.3 Totaal langlopende schulden 771.427 526.385 245.042 108.908 136.134

Onder kredietinstellingen zijn vier afgesloten leningen van de BNG Bank opgenomen voor de financiering van gebouwen en terreinen waarvan twee leningen in 2019 zijn afgelost. 
Van de twee resterende leningen zal de grootste op renteherzieningsdatum 1 juni 2020 versneld worden afgelost. De jaarlijkse rente en aflossing worden betaald uit de jaarlijkse huisvestingvergoeding. 
De oorspronkelijke hoofdsom van de twee resterende leningen bedraagt € 2.178.145. Ultimo boekjaar bedraagt de totale schuld aan BNG Bank € 771.427 (2018: € 883.874). Hiervan is het bedrag waarvoor de looptijd korter dan één jaar is (€ 526.385), opgenomen onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen (2.4.1). 
De rente van de leningen is vast gedurende de looptijd. De rentevoet van de resterende leningen bedraagt 6,55% (restbedrag: € 499.159, versnelde aflossing in 2020) en 4,73% (restbedrag: € 272.268).
De reële waarde benadert de boekwaarde. 
Als zekerheid voor de afgesloten leningen geldt een onvoorwaardelijke garantie door de Stichting Waarborgfonds BVE.

2.4. Kortlopende schulden

2.4 Kortlopende schulden 31/12/2019 31/12/2018
2.4.1 Kredietinstellingen 526.385 112.447
2.4.2 Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten 2.138.090 2.331.819
2.4.3 Crediteuren 3.050.861 2.112.051
2.4.7 Belastingen en premies sociale verzekeringen    
  Loonheffing 4.051.403 4.048.639
  Omzetbelasting 99.032 57.004
2.4.7 Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 4.150.435 4.105.643
2.4.8 Schulden terzake van pensioenen 1.210.192 1.130.582
2.4.9 Overige kortlopende schulden 417.808 229.093
2.4.10 Overlopende passiva    
  Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden 1.242.506 1.097.046
  Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt 3.122.032 3.324.755
  Vooruitontvangen investeringssubsidies 2.923.337 3.345.832
  Vakantiegeld en -dagen 4.246.393 3.950.411
  Overig 4.115.685 7.093.018
2.4.10 Totaal overlopende passiva 15.649.953 18.811.062
2.4 Totaal kortlopende schulden 27.143.724 28.832.697

2.4.1. Kredietinstellingen

Het saldo onder kredietinstellingen betreft de aflossingsverplichtingen van de langlopende leningen in het jaar na balansdatum.

2.4.2. Vooruitgefactureerde en –ontvangen termijnen onderhanden projecten

Het per ultimo 2019 resp. 2018 openstaand saldo onderhanden projecten van ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen bestaat uit gerealiseerde projectkosten, gedeclareerde termijnen en toegerekende winst:

2.4.2 Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten 2019 2018
  Gerealiseerde projectkosten -2.333.523 -2.175.838
  Gedeclareerde termijnen 5.600.502 5.562.400
  Toegerekende winst -1.128.889 -1.054.743
2.4.2 Totaal onderhanden projecten 2.138.090 2.331.819

In de waardering van de onderhanden projecten is rekening gehouden met voorzienbare verliezen.

2.4.10. Overlopende passiva

In 2019 is de rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden opgenomen voor € 1,2 mln. Dit betreft de cursusgelden welke in 2019 zijn ontvangen voor het collegejaar 2019-2020. Het deel wat betrekking heeft op 2020 is in de balans opgenomen. 
De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen. 

De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa en wordt gepresenteerd onder 3.1.2 toerekening investeringssubsidies OCW en 3.2.2 overige overheidsbijdragen. Van deze post heeft € 0,3 mln. een looptijd korter dan een jaar, € 1,0 mln. een looptijd langer dan één jaar maar korter dan vijf jaar en € 1,6 mln. een looptijd langer dan vijf jaar.

Onder de overige overlopende passiva zijn onder andere opgenomen de vooruitontvangen niet-geoormerkte OCW-subsidies. Deze subsidies zijn reeds ontvangen op balansdatum, maar worden in een volgend jaar ingezet. Ultimo 2019 bedraagt dit € 1,5 mln. (2018: € 4,7 mln.). In deze post is ook begrepen een eenmalige uitkering o.b.v. de CAO 2018-2020 in 2020 ad € 0,8 mln. (2018: € 0,5 mln.).

Financiële instrumenten:
ROC Friese Poort maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken.
De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten. 

Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.

Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.
Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.

Model G Verantwoording subsidies

G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule

Omschrijving Toewijzing   Prestatie afgerond
  Kenmerk Datum ja/nee
Subsidie zij-instroom 2017 842586-1 05/19/2017 ja
Subsidie zij-instroom 2017 865464-1 12/19/2017 ja
Subsidie studieverlof BVE 2017 852133-1 09/20/2017 ja
Voorziening Leermiddelen minimagezinnen 2017 849432-1 08/22/2017 ja
Aspirant-opleidingsschool NHL-ROC Friese Poort OS-2017-C-005 12/ 1/2017 nee
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019-2020 1013088-1 11/20/2019 nee
Subsidie studieverlof BVE 2018 928220-1 08/28/2018 ja
Subsidie studieverlof BVE 2018 940978-1 11/19/2018 ja
Subsidie studieverlof BVE 2019 1006015-1 09/20/2019 nee
Subsidie studieverlof BVE 2019 1009723-1 10/22/2019 nee
Subsidie studieverlof instructeurs 2019 1026984-2 12/19/2019 ja
Subsidie zij-instroom 2018 883837-1 12/22/2017 nee
Subsidie zij-instroom 2018 888800-1 02/20/2018 ja
Subsidie zij-instroom 2019 962614-1 02/20/2019 nee
Subsidie zij-instroom 2019 1027581-1 12/19/2019 nee
Voorziening Leermiddelen minimagezinnen 2018 926380-2 08/ 9/2018 nee
Voorziening Leermiddelen minimagezinnen 2019 1003947-1 08/20/2019 nee
Toekenning subsidie doorstroomprogramma MBO-HBO DHBO019011 10/30/2018 nee

G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule

G2-A Aflopend per ultimo verslagjaar

Omschrijving Toewijzing   Bedrag toewijzing Subsidie ontvangsten t/m verslagjaar Overige ontvangsten Eigen bijdrage Totale kosten per 31-12-2019 Saldo per 31-12-2019
  Kenmerk Datum
      0 0 0 0 0 0
Voorziening leermiddelen minimagezinnen 2016 786410-1 20/12/16 137.728  63.586  0 0 63.586  0
Subsidieregeling schoolmaatschappelijk werk in het mbo 2018 874302-2 18/01/18 406.539  406.539  0 0 406.539  0
Regionaal investeringsfonds MBO RIF: Centrum voor Innovatief Vakmanschap Healthy Ageing Friesland 940754 23/05/16 1.449.221  869.532  0 0 164.381  705.151 
      0 0 0 0 0 0
Totaal     1.993.488  1.339.657  0 0 634.506  705.151 

G2-B Doorlopend tot in volgend verslagjaar

Omschrijving Toewijzing   Bedrag toewijzing Ontvangen per 1-1-2019 Subsidie ontvangsten in verslagjaar Overige ontvangsten in verslagjaar Eigen bijdrage in verslagjaar Lasten in verslagjaar Totale kosten per 31-12-2019 Saldo per 31-12-2019
  Kenmerk Datum
Regionaal Investeringsfonds MBO RIF17018, Yacht Builders Academy 1190377 23/05/17  789.324   98.681   157.864   40.000   208.971   592.309   1.433.007   86.793-
Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Friesland-Oost OND/ODB-2016/17737 U 14/11/16  1.097.360   787.462   274.340  0 0  143.018   178.577   918.784 
Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Zuidwest-Friesland OND/ODB-2016/17738 U 14/11/16  487.170   152.164   121.793  0 0  133.838   347.053   140.119 
Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Friesland-Noord OND/ODB-2016/17739 U 14/11/16  1.446.040   469.972   361.510  0 0  429.698   1.044.256   401.784 
Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Flevoland OND/ODB-2016/17725 U 14/11/16  264.783   44.131   88.261  0 0  80.906   213.297   51.486 
Toekenning subsidie doorstroomprogramma MBO-HBO DHB018020 15/03/18  199.285   110.795  0 0 0  71.753   160.243   39.042 
Totaal      4.283.962   1.663.204   1.003.768   40.000   208.971   1.451.522   3.376.433   1.464.421 

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Waarborgfonds BVE
ROC Friese Poort is aangesloten bij de stichting Waarborgfonds BVE. Het waarborgfonds stelt zich borg ten gunste van geldgevers van geldleningen die voor huisvesting worden verstrekt aan bve-instellingen. Het borgen heeft veelal een rentevoordeel tot gevolg. Zo heeft ROC Friese Poort ultimo 2019 twee leningen bij het fonds geborgd.
Elke aangesloten instelling kan jaarlijks aangesproken worden tot maximaal 2% van de rijksbijdrage. Dit kan geschieden indien individuele instellingen hun financiële verplichtingen voor geborgde leningen niet meer kunnen voldoen. De maximaal latente claim bedraagt voor ROC Friese Poort jaarlijks circa € 2,3 mln. (prijsniveau 2019).

Huurverplichtingen
De huurverplichtingen die ROC Friese Poort op balansdatum heeft en die een meerjarige looptijd hebben, kunnen als volgt ingedeeld worden:
€ 650.000 huurverplichting in 2020
€ 335.000 huurverplichting met een looptijd langer dan een jaar en korter dan vijf jaar
Er zijn geen huurverplichtingen met een looptijd langer dan vijf jaar.

Als toelichting op de grootste posten:
In de huurverplichting 2020 is voor de Centrale Diensten de huur van de Eenhoorn, Leeuwarden opgenomen voor € 152.000. Ten behoeve van de opleidingen van de vestiging Sneek wordt tijdelijk gehuurd bij de Rabobank, deze huurverplichting bedraagt € 115.000 per jaar.
Voor de opleidingen van de vestiging Drachten worden tijdelijk locaties gehuurd voor € 106.000 per jaar.
Voor de opleidingen van de vestiging Leeuwarden wordt tijdelijk gebruikt gemaakt van een locatie aan het Zaailand. De huur van deze locatie vanaf 1 juli 2019 maakt deel uit van de overeenkomst met betrekking tot de bouw van het nieuwe Cambuur stadion en wordt doorbelast aan Stadion Ontwikkeling Cambuur.

Bankgarantie
Zoals onder 1.7 Liquide middelen reeds is vermeld, is voor een bedrag van € 82.333 aan bankgaranties afgegeven. Dit betreffen bankgaranties inzake huurverplichtingen jegens Apleona Real Estate B.V. te Utrecht voor de huur van ruimten in winkelcentrum Zaailand.
De huurverplichtingen lopen tot 1 juli 2021.

Operational leaseverplichtingen
Voor drie personenauto’s en kantoormeubilair zijn operational leasecontracten afgesloten. De aangegane leaseverplichtingen bedragen € 38.000 in 2020, € 38.000 voor de jaren 2021-2024 en € 6.000 met een looptijd langer dan vijf jaar.
 

Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten

Baten

3.1 Rijksbijdragen

3.1 Rijksbijdrage sector BVE 2019 Begroting 2019 2018
  Vergoeding studenten 70.503.600 70.803.851 69.678.347
  Vergoeding diploma's 16.193.153 16.193.214 15.370.106
  Vergoeding Passend Onderwijs 1.656.587 1.655.395 1.563.755
  Huisvestingsvergoeding 6.145.128 6.145.126 6.269.731
  Vergoeding Entree 3.507.974 3.507.897 3.241.553
  Overgangsbekostiging (extern) -124.096 0 -62.542
  Inhouding cursusgelden -1.751.965 -1.689.850 -1.434.714
3.1.1 Totaal Rijksbijdrage OCW 96.130.381 96.615.633 94.626.237
  Geoormerkte OCW subsidies 2.452.521 1.087.120 2.244.222
  Niet-geoormerkte OCW subsidies 18.056.886 16.718.716 14.923.780
  Toerekening investeringssubsidies OCW 180.255 161.415 187.224
3.1.2 Totaal overige subsidies OCW 20.689.662 17.967.251 17.355.226
3.1 Totaal Rijksbijdrage 116.820.043 114.582.884 111.981.462

3.1.1. Rijksbijdrage OCW

De rijksbijdrage bestaat uit de vergoeding voor deelnemers, diploma’s, Passend Onderwijs, huisvesting, Entree en overgangsbekostiging. De inhouding cursusgelden betreffen de aan het ministerie af te dragen cursusgelden.
De Rijksbijdrage OCW blijft achter op de begroting omdat de compensatie voor de gestegen lonen (CAO) lager is uitgevallen dan vooraf verwacht.

3.1.2. Overige subsidies OCW

De geoormerkte OCW subsidies betreffen de bestedingen in het kader van onder andere Schoolmaatschappelijk werk, Subsidie zij-instroom en Studieverlof BVE. Een volledig overzicht van de besteding van geoormerkte subsidies is terug te vinden onder 2.4.10. overlopende passiva (Model G).
De overige subsidies OCW zijn hoger uitgevallen omdat in vorige jaren ontvangen Bestuursakkoord-gelden in 2019 zijn aangewend.

3.2 Overige overheidsbijdragen en –subsidies

3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 2019 Begroting 2019 2018
3.2.1 Gemeentelijke bijdragen en subsidies 72.718 37.000 114.252
3.2.2 Overige overheidsbijdragen 769.049 594.659 615.041
3.2 Totaal overige overheidsbijdragen en -subsidies 841.767 631.659 729.293

3.2.2. Overige overheidsbijdragen

Hieronder zijn de niet van OCW afkomstige investeringssubsidies opgenomen (€ 242.000). Hieronder valt de bijdrage aan Centrum Duurzaam, de gebouwen voor CVO en de parkeerplaatsen in Drachten en Emmeloord. 
Daarnaast vallen hieronder de programmagelden VSV, Vroegsignalering en de subsidie vaccinatie stageplaatsen zorg van VWS. 

3.3 College-, cursus, les en examengelden

3.3 College-, cursus-, les- en examengelden 2019 Begroting 2019 2018
3.3.2 Cursusgelden sector BE 2.030.778 1.950.500 1.973.328
3.3 Totaal college-, cursus-, les- en examengelden 2.030.778 1.950.500 1.973.328

3.3.2 College-, cursus-, les- en examengelden

De cursusgelden 2019 liggen iets boven begroting als gevolg van een stijging in het aantal BBL studenten.

3.4 Baten werk in opdracht van derden

3.4 Baten werk in opdracht van derden 2019 Begroting 2019 2018
3.4.1 Contractonderwijs 5.044.371 5.574.222 4.963.187
3.4.3 Overige baten werk in opdracht van derden 958.582 549.000 914.712
3.4 Totaal baten werk in opdracht van derden 6.002.953 6.123.222 5.877.898

3.4.1/3.4.3 Baten werk in opdracht van derden

De omzet contractonderwijs (Friese Poort Bedrijfsopleidingen) ligt iets hoger dan vorig jaar als gevolg van een stijging in het Domein Zorg & Welzijn.

3.5 Overige baten

3.5 Overige baten 2019 Begroting 2019 2018
3.5.1 Verhuur 51.658 53.000 69.390
3.5.2 Detacheringen personeel 998.773 616.343 1.183.802
3.5.4 Sponsoring 6.535 11.000 10.992
  Verkopen kantine 330.176 244.000 295.397
  Studentenbijdragen 1.087.257 757.400 950.502
  Boekwinst activa 7.278 0 177.349
  Overige 378.809 360.000 283.138
3.5.4 Totaal overige 1.803.520 1.361.400 1.706.387
3.5 Totaal overige baten 2.860.486 2.041.743 2.970.572

De overige baten vallen in 2019 hoger uit dan begroot. Dit komt door een toename van het aantal detacheringen en een stijging van de studentenbijdragen als gevolg van hogere studentenaantallen.

Lasten

4.1 Personeelslasten

4.1 Personeelslasten 2019 Begroting 2019 2018
  Lonen en salarissen 70.981.289 71.136.886 70.912.510
  Sociale lasten 9.223.189 9.141.952 8.229.145
  Pensioenlasten 10.979.454 10.927.986 9.301.464
4.1.1 Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 91.183.932 91.206.824 88.443.119
  Dotaties personele voorzieningen 6.419.710 0 412.814
  Lasten personeel niet in loondienst 2.315.367 2.281.086 3.677.531
  Overige 7.474.331 7.296.773 7.289.409
4.1.2 Overige personele lasten 16.209.408 9.577.859 11.379.753
  Overige uitkeringen, die de personeelslasten verminderen -477.820 -485.250 -489.763
4.1.3 Ontvangen vergoedingen -477.820 -485.250 -489.763
4.1 Totaal personeelslasten 106.915.520 100.299.433 99.333.110

4.1.1 Lonen en salarissen

De lonen en salarissen liggen op begroting. Gemiddeld zijn er over 2019 bruto 1.301 fte in dienst (2018: 1.293 fte). Netto zijn er in 2019 gemiddeld 1.245 fte (2018: 1.251 fte) in dienst. De bruto fte kunnen als volgt worden verdeeld:

Gemiddeld (bruto) fte in dienst 2019 Begroting 2019 2018
Management/directie 10 10 10
Onderwijzend personeel 893 873 926
Ondersteunend personeel 398 388 357
Totaal fte in dienst 1.301 1.271 1.293

4.1.2 Overige personele lasten

Onder de overige personele lasten vallen de dotaties aan personele voorzieningen, kosten voor uitzendkrachten en overige werknemer gerelateerde kosten zoals scholing en vestigingsactiviteiten. 
In de begroting 2019 is geen rekening gehouden met de dotaties aan de voorziening seniorenverlof en de generatieregeling van in totaal € 4,7 mln. De overige stijging van € 1,7 mln. wordt veroorzaakt door een extra dotatie aan de jubileumvoorziening als gevolg van het herijken van de blijfkansen, meer instroom van werknemers in de WGA en WW en een reorganisatievoorziening bij Friese Poort Opleiding en Training B.V.

Onder de post overig zijn opgenomen de kosten diensten door derden van € 4,0 mln. (2018: € 3,8 mln.) en scholingskosten van € 1,5 mln. (2018: € 1,7 mln.).

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen Publieke en Semipublieke sector (WNT)

Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland (ROC Friese Poort). Het voor ROC Friese Poort toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2019 € 177.000 op basis van de indeling in klasse F van de Regeling normering topinkomens OCW-sectoren.

De beloning van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht past binnen het bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen van onderwijsinstellingen. De beloning van de huidige bestuurders is passend binnen deze regeling. 

Aan de leden van Raad van Toezicht is in 2019 in totaal € 86.954 (2018: € 73.330) excl. BTW uitbetaald als vaste vergoeding. Voor alle leden van de Raad van Toezicht geldt dat zij onafhankelijk zijn in de zin van de Code Goed Bestuur in het MBO. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen een vaste vergoeding, passend binnen de kaders van de WNT-regeling.

In het kader van de WNT wordt gemeld dat er in 2019 (en 2018) geen bezoldigingen boven de vastgestelde WNT-norm zijn uitgekeerd aan niet-topfunctionarissen met een dienstverband.

Gegevens 2019    
Bedragen x € 1 Dhr. drs. H.W. Meijerink Mw. drs. A. Muller
Functiegegevens College van Bestuur (vrz.) College van Bestuur (lid)
Aanvang en einde functievervulling in 2019 01-01 tm 31-12 01-01 tm 31-12
Deeltijdfactor in fte 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
     
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  156.087   138.862 
Beloningen betaalbaar op termijn  20.585   20.101 
Subtotaal  176.672   158.963 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  177.000   177.000 
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t.
Totale bezoldiging 2019  176.672   158.963 
     
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t.
     
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t.
     
Gegevens 2018    
Aanvang en einde functievervulling in 2018 01-01 tm 31-12 01-03 tm 31-12
Deeltijdfactor 2018 in fte 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  152.027   113.077 
Beloningen betaalbaar op termijn  18.936   15.579 
Subtotaal  170.964   128.656 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  171.000   143.359 
     
Totale bezoldiging 2018  170.964   128.656 
Gegevens 2019        
Bedragen x € 1 Dhr. drs. ing. G. Jaarsma Mevr. drs. J.M. Imhof Dhr. drs. B. Hoekstra Dhr. drs. J. Olivier
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2019 01-01 tm 31-12 01-01 tm 31-12 01-01 tm 31-12 01-01 tm 31-12
Bezoldiging        
Bezoldiging  17.486   11.505   11.505   11.623 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  26.550   17.700   17.700   17.700 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
         
Totale bezoldiging 2019  17.486   11.505   11.505   11.623 
         
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
         
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Gegevens 2018        
Aanvang en einde functievervulling in 2018 01-01 tm 31-12 01-01 tm 31-12 01-01 tm 31-12 01-01 tm 31-12
Bezoldiging        
Bezoldiging  15.537   10.260   10.260   10.369 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  25.650   17.100   17.100   17.100 
         
Totale bezoldiging 2018  15.537   10.260   10.260   10.369 
Gegevens 2019        
Bedragen x € 1 Dhr. mr. F. Veenstra Mevr. ds. T.K. Kwint Dhr. drs. B.J. Pastoor Dhr. drs. P.D. van der Zwan
Functiegegevens Lid Lid Lid Aspirantlid
Aanvang en einde functievervulling in 2019 01-01 tm 31-12 01-01 tm 31-12 01-01 tm 31-12 01-01 tm 31-12
Bezoldiging        
Bezoldiging  11.505   11.663   11.666   -?? 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  17.700   17.700   17.700   17.700 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
         
Totale bezoldiging 2019  11.505   11.663   11.666 
         
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
         
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Gegevens 2018        
Aanvang en einde functievervulling in 2018 01-01 tm 31-12 01-09 tm 31-12 01-09 tm 31-12 01-09 tm 31-12
Bezoldiging        
Bezoldiging  10.260   3.420   3.470   228 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  17.100   5.716   5.716   5.716 
         
Totale bezoldiging 2018  10.260   3.420   3.470   228 

4.2. Afschrijvingen

4.2 Afschrijvingen 2019 Begroting 2019 2018
4.2.1 Immateriële vaste activa 15.838 15.838 47.160
4.2.2 Materiële vaste activa 8.470.099 8.213.935 8.477.130
4.2 Totaal afschrijvingen 8.485.937 8.229.773 8.524.290

De afschrijvingen zijn hoger dan begroot vanwege de versnelde afschrijving van de gebouwen Drachten en Wilaarderburen. Tijdens het opstellen van de begroting 2019 was het Cambuur stadion formeel nog niet rond en de planning voor Drachten was te onzeker om mee te nemen in de begroting 2019.
Voor een toelichting op de versnelde afschrijving wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.

4.3. Huisvestingslasten

4.3 Huisvestingslasten 2019 Begroting 2019 2018
4.3.1 Huur 970.843 695.000 744.337
4.3.2 Verzekeringen 153.180 153.000 158.029
4.3.3 Onderhoud 2.120.597 1.939.000 1.811.710
4.3.4 Energie en water 1.176.245 911.000 892.670
4.3.5 Schoonmaakkosten 1.735.099 1.693.350 1.633.909
4.3.6 Belastingen en heffingen 667.628 623.150 597.707
4.3 Totaal huisvestingslasten 6.823.592 6.014.500 5.838.363

4.3.1 Huur

De huurlasten zijn boven begroting uitgekomen als gevolg van de huur voor tijdelijke onderwijsaccommodatie door de stijging van het aantal studenten en als gevolg van de reparatie van de vloeren in de vestiging Sneek.

4.3.3 Onderhoud

De onderhoudslasten zijn gestegen door incidentele uitgaven met betrekking tot de reparatie van vloeren van de vestiging Sneek (€ 0,4 mln.).

4.4. Overige lasten

4.4 Overige lasten 2019 Begroting 2019 2018
4.4.1 Administratie en beheer 6.205.378 6.693.006 6.129.371
4.4.2 Inventaris en apparatuur 6.266.690 5.937.723 6.565.754
4.4.4 Dotatie overige voorzieningen 52.098 3.000 134.431
4.4.5 Overige 999.152 873.543 895.963
4.4 Totaal overige lasten 13.523.318 13.507.272 13.725.519

De administratie- en beheerslasten zijn lager uitgevallen dan begroot doordat geplande extra capaciteit voor datalijnen niet nodig is geweest.    
De uitgaven voor inventaris en apparatuur lagen hoger door de revisie van machines van het centrum Fijnmechanica, deze waren gepland voor 2018 maar uitgevoerd in 2019 en daardoor niet begroot. 

Accountantskosten
De honoraria van de onafhankelijke controlerend accountant over 2019 en 2018 zijn als volgt:

Specificatie accountantskosten 2019 2018
Honorarium onderzoek jaarrekening 96.191 116.825
Honorarium andere controleopdrachten 11.568 42.119
Honorarium fiscale adviezen 0 3.049
Honorarium andere niet-controlediensten 0 0
Totaal overige lasten 107.759 161.993

De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening hebben betrekking op de uitgevoerde werkzaamheden over boekjaar 2019 (2018). Voor het honorarium onderzoek jaarrekening gelden vaste prijsafspraken.  

5 Financiële baten en lasten

5 Saldo financiële baten en lasten 2019 Begroting 2019 2018
5.1 Financiële baten      
5.1.1 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 23.679 50.000 127.888
5.1 Totaal financiële baten 23.679 50.000 127.888
5.2 Financiële lasten      
5.1.1 Rentelasten en soortgelijke lasten -35.387 -50.078 -73.143
5.2 Totaal financiële lasten -35.387 -50.078 -73.143
5 Totaal financiële baten en lasten -11.708 -78 54.745

6 Belastingen

6 Belastingen 2019 Begroting 2019 2018
  Vennootschapsbelasting 31.318 27.982 47.940
6 Totaal belastingen 31.318 27.982 47.940

De belastingen betreft de vennootschapsbelasting voor ROC Friese Poort Opleiding en Training B.V. Deze liggen lager dan vorig jaar als gevolg van een lager resultaat. Het effectieve belastingpercentage bedraagt 19,7% (2018: 20,6%).

Verbonden Partijen

Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht. Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

Friese Poort Opleiding & Training B.V.

De Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland, handelend onder de naam ROC Friese Poort, is 100% aandeelhouder van Friese Poort Opleiding en Training B.V. De aandeelhouder wordt wettelijk vertegenwoordigd door het College van Bestuur van ROC Friese Poort. Binnen de besloten vennootschap is een statutair directeur benoemd.

Friese Poort Opleiding en Training B.V. verzorgt contractonderwijs voor bedrijven en particulieren, dat voor een groot deel wordt uitgevoerd door de vestigingen van het ROC. Hierna wordt in de jaarrekening voor Friese Poort Opleiding & Training B.V. de naam ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen gebruikt.

Verbonden partij ROC Friese Poort Meerderheidsdeelneming
Naam ROC Friese Poort Bedrijfsopledingen
Juridische vorm Besloten vennootschap
Statutaire zetel Leeuwarden
Code Activiteit 1. contractonderwijs
Eigen vermogen 31 december 2019 € 4.008.396
Exploitatiesaldo 2019 € 127.851
Omzet 2019 € 6.832.672
Verklaring art 2:403 BW Nee
Consolidatie Ja
Percentage deelneming 100%

Playing for Success Leeuwarden

Ten behoeve van het vergroten van eigenwaarde en zelfvertrouwen en het verbeteren van (leer-) vaardigheden bij kinderen en jongeren is in 2013 de stichting Playing for Success opgericht.

Verbonden partij ROC Friese Poort Overige verbonden partij
Naam Playing for Success Leeuwarden
Juridische vorm Stichting
Statutaire zetel Leeuwarden
Code Activiteit 4. overige
Verklaring art 2:403 BW N.v.t.
Consolidatie N.v.t.
Percentage deelneming N.v.t.

Paars Partnerschap Coöperatief U.A .

Op 30 januari 2009 is Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland (ROC Friese Poort) toegetreden als lid van Paars Partnerschap Coöperatief U.A. Deze coöperatie heeft als doel het inschrijven op de openbare aanbesteding door Defensie voor loopbaanlint en het zelfstandig of in groepsverband ontwikkelen, aanbieden en verzorgen van opleidingen, opleidingstrajecten en onderwijsprogramma’s.

De coöperatie bestaat uit zeven leden die elk niet aansprakelijk zijn voor schulden van de coöperatie en niet verplicht zijn tot bijdrage in tekorten, ook niet bij ontbinding van de rechtspersoon. ROC Friese Poort verzorgt het penningmeesterschap. In onderstaande tabel zijn tevens de vorderingen en schulden per 31 december 2019 van ROC Friese Poort ten opzichte van Paars Partnerschap toegelicht. Per 1 januari 2020 is de coöperatie ontbonden.

Verbonden partij ROC Friese Poort Overige verbonden partij
Naam Paars Partnerschap
Juridische vorm Coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid
Statutaire zetel Leeuwarden
Code Activiteit 1. contractonderwijs
Per 31 december 2019:  
Vorderingen op Paars Partnerschap 0
Schulden aan Paars Partnerschap € 36.343
Verklaring art 2:403 BW N.v.t.
Consolidatie N.v.t.
Percentage deelneming N.v.t.

Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A.

In 2013 is ROC Friese Poort toegetreden als lid van de Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. Deze coöperatie heeft als doel het bevorderen en leveren van een bijdrage aan de kwaliteit en kwantiteit van het onderwijs in de maritieme sector in brede zin. De coöperatie bestaat uit zes leden die elk niet aansprakelijk zijn voor schulden van de coöperatie en niet verplicht zijn tot bijdrage in tekorten, ook niet bij ontbinding van de rechtspersoon.

Verbonden partij ROC Friese Poort Overige verbonden partij
Naam Maritieme Academie Holland
Juridische vorm Coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid
Statutaire zetel Amsterdam
Code Activiteit 4. overige
Verklaring art 2:403 BW N.v.t.
Consolidatie N.v.t.
Percentage deelneming N.v.t.
  De coöperatie telt zes leden

Gebeurtenissen na balansdatum

In het voorjaar van 2020 zijn we geconfronteerd met de razendsnelle uitbraak van Covid-19. Maatregelen die door diverse overheden zijn genomen om het virus in te perken hebben gevolgen gehad voor het uitvoeren van onze onderwijsactiviteiten Wij hebben een aantal maatregelen genomen om de effecten van het Covid-19-virus te bewaken en te voorkomen, zoals het beperken van de toegang tot onze gebouwen, afstandsleren en thuiswerken.

Wij hebben de mogelijke effecten van het Covid-19 virus op onze financiële positie bekeken. Gezien de huidige ontwikkelingen en de solide vermogens- en liquiditeitspositie  is de continuïteit van ROC Friese Poort gewaarborgd.

Enkelvoudige balans per 31 december 2019

Na resultaatbestemming

  Bedragen * € 1.000 31/12/2019   31/12/2018  
1 Activa        
  Vaste activa        
1.1 Immateriële vaste activa 0   0  
1.2 Materiële vaste activa 83.565   87.751  
1.3 Financiële vaste activa 4.008   3.880  
  Totaal vaste activa   87.573   91.631
  Vlottende activa        
1.5 Vorderingen 3.456   2.612  
1.7 Liquide middelen 27.528   28.139  
  Totaal vlottende activa   30.984   30.751
1 Totaal activa   118.557   122.382
           
2 Passiva        
2.1 Eigen Vermogen 80.414   85.131  
2.2 Voorzieningen 7.643   4.956  
2.3 Langlopende schulden 245   772  
2.4 Kortlopende schulden 30.255   31.523  
2 Totaal passiva   118.557   122.382

Enkelvoudige staat van baten en lasten over 2019

  Bedragen * € 1.000 2019 Begroting 2019 2018
  Baten      
3.1 Rijksbijdragen 116.820 114.583 111.981
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 769 632 615
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden 2.031 1.951 1.973
3.4 Baten werk in opdracht van derden 3.615 3.388 3.392
3.5 Overige baten 2.653 1.971 2.971
  Totaal baten 125.888 122.525 120.932
  Lasten      
4.1 Personeelslasten 104.983 98.295 97.444
4.2 Afschrijvingen 8.453 8.194 8.492
4.3 Huisvestingslasten 6.823 6.015 5.838
4.4 Overige lasten 12.975 12.818 13.245
  Totaal lasten 133.234 125.322 125.019
  Saldo baten en lasten -7.345 -2.797 -4.087
5 Financiële baten en lasten -17 0 20
  Resultaat -7.363 -2.797 -4.067
7 Resultaat deelnemingen 128 48 185
  Nettoresultaat -7.235 -2.749 -3.882

Toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening 2019

Waarderingsgrondslagen algemeen

De enkelvoudige jaarrekening maakt deel uit van de statutaire jaarrekening 2019 van de stichting. De financiële gegevens van de stichting zijn in de geconsolideerde jaarrekening van de stichting verwerkt. 

Voor zover posten uit de enkelvoudige balans en de enkelvoudige staat van baten en lasten hierna niet nader zijn toegelicht, wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling

De grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gelijk aan die voor de geconsolideerde staat van baten en lasten, met uitzondering van de hierna genoemde grondslagen.

Financiële instrumenten
In de enkelvoudige jaarrekening worden financiële instrumenten gepresenteerd op basis van hun juridische vorm. 

Deelnemingen in groepsmaatschappijen
In de enkelvoudige balans worden deelnemingen in groepsmaatschappijen gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Zie voor een uitwerking hiervan de grondslagen voor financiële vaste activa in de geconsolideerde jaarrekening.

Resultaat deelnemingen
Het aandeel in het resultaat van stichtingen waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van de stichting in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties waarbij overdracht van activa en passiva tussen de stichting en haar deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn geëlimineerd voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.

Toelichting op de enkelvoudige balans

Vaste activa

1.1. Immateriële vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa 1.1.1 Ontwikkelingskosten Totaal immateriële vaste activa
Aanschafwaarde 01-01-2019 125.286 125.286
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2019 -125.286 -125.286
Boekwaarde 01-01-2019 0 0
Investeringen boekjaar 0 0
Desinvesteringen aanschafwaarde (*) -125.286 -125.286
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) 125.286 125.286
Afschrijvingen lopend jaar 0 0
Aanschafwaarde 31-12-2019 0 0
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2019 0 0
Boekwaarde 31-12-2019 0 0

1.2. Materiële vaste activa

1.2 Materiële vaste activa 1.2.1 Terreinen 1.2.1 Gebouwen 1.2.2 Inventaris en apparatuur 1.2.4 In uitvoering en vooruitbetaling Totaal materiële vaste activa
Aanschafwaarde 01-01-2019 9.763.209 112.459.856 41.553.303 155.764 163.932.132
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2019 0 -50.288.924 -25.892.525 0 -76.181.449
Boekwaarde 01-01-2019 9.763.209 62.170.932 15.660.778 155.764 87.750.683
Investeringen boekjaar 0 589.038 3.775.628 71.496 4.436.162
Reclassificatie 0 81.292 0 -81.292 0
Desinvesteringen aanschafwaarde (*) 0 -1.317.566 -363.349 -62.915 -1.743.830
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) 0 1.227.754 346.863 0 1.574.617
Afschrijvingen lopend jaar 0 -4.142.787 -4.310.308 0 -8.453.095
Aanschafwaarde 31-12-2019 9.763.209 111.812.620 44.965.582 83.053 166.624.464
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2019 0 -53.203.957 -29.855.970 0 -83.059.927
Boekwaarde 31-12-2019 9.763.209 58.608.663 15.109.612 83.053 83.564.537

1.2.1. Terreinen en gebouwen

Met ingang van boekjaar 2019 heeft de stichting voor de verwerking van groot onderhoud de overstap gemaakt van een voorziening naar de componentenbenadering.
In 2019 is € 0,7 mln. geïnvesteerd in interne verbouwingen, w.o. Cross-over Lab Leeuwarden, Simulatieruimte Urk en vervanging van verlichting. Hiervan is € 0,3 mln. geactiveerd als gevolg van het toepassen van de componentenbenadering; een hiermee samenhangend bedrag van € 0,3 mln. is gedesinvesteerd.
Het volledig afgeschreven pand Ouddeelstraat (oorspronkelijke aanschafwaarde € 1,0 mln.) is in 2019 (boekhoudkundig) gedesinvesteerd. De grond is in 2018 verkocht. Het resultaat van deze transactie is in 2018 verwerkt.
In de afschrijvingen is € 0,4 mln. opgenomen als versnelde afschrijving op de panden Wilaarderburen in Leeuwarden en Leidijk in Drachten vanwege de geplande sloop van (een deel van) de panden eind 2022.
Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.

1.2.2. Inventaris en apparatuur

In 2019 is € 3,8 mln. (2018: € 3,7 mln.) in inventaris en apparatuur geïnvesteerd. Hiervan is € 1,7 mln. uitgegeven aan hardware: nieuwe laptops en smart boards. Investeringen in machines en apparatuur bedraagt € 1,2 mln. (2018: € 1,3 mln.) hoofdzakelijk ten behoeve van het onderwijs. Het overige bedrag aan investeringen betreft meubilair ten behoeve van kantoor en studenten. 

1.2.4. In uitvoering en vooruitbetalingen

De post van € 0,1 mln. bestaat uit voorbereidende activiteiten voor de inrichting van de ruimten in het nieuwe Cambuurstadion in Leeuwarden.

1.3 Financiële vaste activa

1.3 Financiële vaste activa Boekwaarde 01-01-2019 Investeringen en verstrekte leningen Dividend Resultaat deelnemingen Boekwaarde 31-12-2019
Deelneming in groepsmaatschappijen 3.880.544 0 0 127.851 4.008.395
Totaal financiële vaste activa 3.880.544 0 0 127.851 4.008.395

De financiële activa betreft de 100%-deelneming in Friese Poort Opleiding & Training B.V. te Leeuwarden, met een netto vermogenswaarde van € 4.008.395 per 31 december 2019.

Vlottende activa

1.5. Vorderingen

1.5 Vorderingen 31/12/2019 31/12/2018
1.5.1 Debiteuren algemeen 311.427 586.537
1.5.5 Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten 417.215 394.764
1.5.7 Overige vorderingen 1.185.191 476.441
1.5.8 Overlopende activa 1.637.635 1.234.536
1.5.9 Voorzieningen wegens oninbaarheid -95.723 -80.287
1.5 Totaal vorderingen 3.455.745 2.611.991

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.

1.5.7 Overige vorderingen

De overige vorderingen zijn in 2019 met € 0,7 mln. gestegen, waarvan € 0,6 mln. aan UWV transitievergoedingen.

1.5.8. Overlopende activa

Onder de overlopende activa zijn begrepen de nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2019 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2020. De stijging t.o.v. 2018 is gerelateerd aan eerder ontvangen facturen m.b.t. (nieuw afgesloten) software licenties en verzekeringen. 

1.5.9. Voorziening wegens oninbaarheid

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid 2019 2018
  Stand per 1 januari -80.287 -81.391
  Onttrekking 5.578 10.108
  Dotatie -21.014 -9.004
1.5.9 Stand per 31 december -95.723 -80.287

De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft studenten en BPV bedrijven die de opleiding voor de student betalen.

1.7. Liquide middelen

1.7 Liquide middelen 31/12/2019 31/12/2018
1.7.1 Kasmiddelen 1.560 1.632
1.7.2 Banken 27.526.298 28.137.633
1.7 Totaal liquide middelen 27.527.858 28.139.265

Ultimo 2019 bestaan de liquide middelen uit kasgelden, het saldo van de lopende rekeningen en uitstaande spaargelden bij banken. Afhankelijk van de markt worden deze middelen conform het Treasury statuut van ROC Friese Poort weggezet op spaar- dan wel depositorekeningen.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van ROC Friese Poort en zijn niet weggezet voor een periode langer dan één jaar met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.

Passiva

2.1 Eigen vermogen

2.1 Eigen vermogen Stand 01-01-2018 Bestemming exploitatie-saldo 2018 Onttrekking 2018 Overige mutaties 2018 Stand
01-01-2019
Bestemming exploitatie- saldo 2019 Overige mutaties 2019 Stand
31-12-2019
2.1.1 Algemene reserve 5.600.000       5.600.000 -7.363.217 14.486.620 12.723.403
2.1.2 Bestemmingsreserve (publiek)                
  Huisvesting 54.265.320 622.245     54.887.565   8.812.435 63.700.000
  Inventaris 15.284.445 200.000     15.484.445   -15.484.445 0
  Beleidsontwikkeling/projecten 6.226.186 -2.282.091   71.200 4.015.295   -4.015.295 0
  Vestigingen 3.377.795 -2.575.267   478.800 1.281.328    -1.281.328  0
2.1.2 Totaal bestemmingsreserve (publiek) 79.153.746 -4.035.113   550.000 75.668.633 0 -11.968.633 63.700.000
2.1.3 Bestemmingsreserve (privaat) 4.228.031 184.513 -550.000   3.862.544 127.851   3.990.395
2.1.3 Totaal bestemmingsreserve (privaat) 4.228.031 184.513 -550.000   3.862.544 127.851   3.990.395
2.1.7 Andere wettelijke reserves 31.323 -31.323           0
2.1 Totaal eigen vermogen 89.013.100 -3.881.923 -550.000 550.000 85.131.177 -7.235.366 2.517.987 80.413.798

Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserve publiek en de bestemmingsreserve privaat, die betrekking heeft op het eigen vermogen van Friese Poort Opleiding & Training B.V.
Het exploitatiesaldo 2019 is opgenomen in de kolom bestemming exploitatiesaldo 2019.

2.1 Resultaatbestemming 2019

Bij de bestemming van het exploitatiesaldo 2019 wordt rekening gehouden met de uitgangspunten in de notitie ‘Omvang eigen vermogen ROC Friese Poort 2005’, de uitkomsten van de calculatie ten aanzien van de risico’s ultimo 2019 en interne beleidsafspraken.
Van het resultaat 2019 van - € 7.235.366 is € 7.363.217 in mindering gebracht op de algemene reserve.
Het resultaat deelneming Friese Poort Opleiding & Training B.V. van € 127.851 is toegevoegd aan de bestemmingsreserve privaat. 

2.1.1. Algemene reserve

De algemene reserve is bedoeld als risicobuffer voor onvoorziene tekorten in de exploitatie. De ondergrens is berekend op € 5,8 mln., zijnde 5% van de Rijksbijdragen. 
Op 1 januari 2019 is de voorziening groot onderhoud ad € 2.517.987 toegevoegd aan de algemene reserve. Daarnaast is vanuit de bestemmingsreserve publiek € 11.968.633 toegevoegd aan de algemene reserve (zie 2.1.2 Bestemmingsreserve publiek).

2.1.2. Bestemmingsreserve publiek

In 2019 heeft een periodieke beoordeling van de bestemmingsreserves publiek plaatsgevonden. Als gevolg hiervan is besloten tot vereenvoudiging van deze reserves. De hoogte van de bestemmingsreserve Huisvesting (inclusief inventaris) is herijkt op een niveau van € 63,7 mln. Vanaf 1 januari 2019 zijn de publieke bestemmingsreserves toegevoegd aan de bestemmingsreserve Huisvesting tot dit niveau. 
De resterende saldi (€ 11.968.633) zijn vervolgens toegevoegd aan de algemene reserve.

2.1.3. Bestemmingsreserve privaat

De private bestemmingsreserve bestaat uit het eigen vermogen van de private partij Friese Poort Opleiding & Training B.V. waaraan het resultaat 2019 van € 127.851 is toegevoegd. 

2.2 Voorzieningen

2.2 Voorzieningen Stand per
01-01-2019
Dotaties Onttrekkingen Overige mutaties Stand per
31-12-2019
Kortlopend deel
(<1 jaar)
Langlopend deel
(>1 jaar <5 jaar)
Langlopend deel (>5 jaar)
2.2.1 Personeels- voorzieningen                
  Voorziening wachtgeld 274.000 322.000 274.000 0 322.000 299.000 23.000 0
  Voorziening spaarverlof ADV 69.729 0 28.890 0 40.839 3.091 0 37.748
  Voorziening WGA 983.000 907.213 348.213 0 1.542.000 306.000 765.000 471.000
  Voorziening duurzame inzetbaarheid 150.000 4.707.000 311.000 0 4.546.000 832.000 2.500.000 1.214.000
  Voorziening jubileum 856.000 398.232 85.232 0 1.169.000 86.000 344.000 739.000
  Voorziening WAB tijdelijk contract 0 23.000 0 0 23.000 19.000 4.000 0
  Overige personele voorzieningen 105.715 0 105.715 0 0 0 0 0
2.2.1 Totaal personeels- voorzieningen 2.438.444 6.357.445 1.153.050 0 7.642.839 1.545.091 3.636.000 2.461.748
2.2.3 Voorziening groot onderhoud 2.517.987 0 0 2.517.987 0 0 0 0
2.2 Totaal voorzieningen 4.956.431 6.357.445 1.153.050 2.517.987 7.642.839 1.545.091 3.636.000 2.461.748

2.2.1. Personeelsvoorzieningen

De personele voorzieningen ultimo 2019 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en overige personele voorzieningen.

De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2019 is deze verplichting opgenomen voor 24 wachtgelders (2018: 19), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2021 resp. 2020 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.

Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen en dotaties binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO. 

De WGA voorziening is gevormd in 2009 vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De voorziening is toegenomen als gevolg van een hogere instroom. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA’ers (15; 2018: 11) en zieken (11; 2018: 2) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.  

Duurzame inzetbaarheid
In de CAO middelbaar beroepsonderwijs 2018-2020 zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort in 2019 de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd. 
De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen. 

Tot en met 2018 is voor 9 werknemers, die reeds gebruik maken van de regeling seniorenverlof een voorziening gevormd; er was tot en met 2018 nog onvoldoende informatie beschikbaar om voor de andere groepen werknemers een betrouwbare schatting te maken. 
Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. 
Per 31 december 2019 maken 90 (=77,9 fte) medewerkers gebruik van het seniorenverlof en 13 (=6,5 fte) van de generatieregeling. 
Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 1,5%. 
De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 0% (actuele marktrente per 31-12-2019).

De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 1,5% en een disconteringsrente van 0%.  In 2019 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld en aangepast.

Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2020) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2019 is een voorziening gevormd voor contracten die vóór balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.

2.2.3. Voorziening groot onderhoud

Met ingang van boekjaar 2019 heeft de stichting voor de verwerking van groot onderhoud de overstap gemaakt van een voorziening naar de componentenbenadering. Het toepassen van de componentenbenadering leidt tot een beter inzicht in het vermogen en resultaat. 
Op grond van RJ212.805 is deze stelselwijziging prospectief verwerkt; reeds vóór 1 januari 2019 verwerkte activa blijven ongewijzigd. 

Per 1 januari 2019 is de voorziening groot onderhoud ad € 2,5 mln. toegevoegd aan de Algemene reserve. 
Zie verder de toelichting in de paragraaf stelselwijziging in het hoofdstuk waarderingsgrondslagen (materiële vaste activa).

2.4 Kortlopende schulden

2.4 Kortlopende schulden 31/12/2019 31/12/2018
Kredietinstellingen 526.385 112.447
Crediteuren 2.990.927 2.105.565
Schulden aan groepsmaatschappijen 5.661.152 5.493.611
Belastingen en premies sociale verzekeringen    
Loonheffing 4.051.246 4.048.639
Omzetbelasting 60.651 26.488
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 4.111.897 4.075.127
Schulden terzake van pensioenen 1.210.192 1.130.582
Overige kortlopende schulden 417.460 228.567
Overlopende passiva    
Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden 1.242.506 1.097.046
Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt 3.122.032 3.324.755
Vooruitontvangen investeringssubsidies 2.923.337 3.345.832
Vakantiegeld en -dagen 4.118.801 3.817.277
Overig 3.930.167 6.792.447
Totaal overlopende passiva 15.336.843 18.377.357
Totaal kortlopende schulden 30.254.856 31.523.256

Ultimo 2019 heeft Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland onder de kortlopende schulden € 5.661.152 (2018: € 5.493.611) verantwoord als rekening-courant groepsmaatschappijen. Dit betreft de rekening-courantverhouding met ROC Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden. Over deze post wordt rente berekend op basis van de werkelijk ontvangen rente op de spaarrekeningen van ROC Friese Poort. In 2019 is € 5.327 (2018: € 34.428) rente verrekend. Er zijn geen zekerheden gesteld.

Onder de overige overlopende passiva zijn onder andere opgenomen de vooruitontvangen niet-geoormerkte OCW-subsidies. Deze subsidies zijn reeds ontvangen op balansdatum, maar worden in een volgend jaar ingezet. Ultimo 2019 bedraagt dit € 1,5 mln. (2018: € 4,7 mln.). In deze post is ook begrepen een eenmalige uitkering o.b.v. de CAO 2018-2020 in 2020 ad € 0,8 mln. (2018: € 0,5 mln.).

Financiële instrumenten:
ROC Friese Poort maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten. 

Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.

Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.

Toelichting op de enkelvoudige staat van baten en lasten

Baten

3.4 Baten werk in opdracht van derden

3.4 Baten werk in opdracht van derden 2019 Begroting 2019 2018
3.4.3 Overige baten werk in opdracht van derden 3.615.079 3.388.019 3.392.151
3.4 Totaal baten werk in opdracht van derden 3.615.079 3.388.019 3.392.151

3.4.3 Overige

De overige baten zijn ten opzichte van de begroting 2019 en de werkelijke cijfers 2018 gestegen als gevolg van meer projectopbrengsten.

Lasten

4.1 Personele lasten

4.1 Personeelslasten 2019 Begroting 2019 2018
  Lonen en salarissen 69.606.167 69.682.957 68.610.159
  Sociale lasten 8.974.602 8.933.393 8.403.012
  Pensioenlasten 10.756.089 10.706.700 9.615.818
4.1.1 Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 89.336.858 89.323.050 86.628.989
  Dotaties personele voorzieningen 6.357.445 0 406.540
  Lasten personeel niet in loondienst 2.315.367 2.220.976 3.677.531
  Overige 7.450.870 7.236.563 7.220.602
4.1.2 Overige personele lasten 16.123.682 9.457.539 11.304.673
4.1.3 Af: Ontvangen vergoedingen -477.820 -485.250 -489.764
4.1 Totaal personeelslasten 104.982.720 98.295.339 97.443.899

4.1.1 Lonen en salarissen

Gemiddeld zijn er over 2019 1.273 fte in dienst (2018: 1.268 fte). Netto zijn er in 2019 gemiddeld 1.217 fte (2018: 1.226 fte) in dienst. De bruto fte kunnen als volgt worden verdeeld:

Gemiddeld (bruto) fte in dienst 2019 Begroting 2019 2018
Management/directie 9 9 9
Onderwijzend personeel 893 873 926
Ondersteunend personeel 371 358 333
Totaal fte in dienst 1.273 1.240 1.268

4.1.2 Overige personele lasten

In de begroting 2019 is geen rekening gehouden met de dotaties aan de voorziening seniorenverlof en de generatieregeling van in totaal € 4,7 mln. De overige stijging van € 1,6 mln. wordt veroorzaakt door een extra dotatie aan de jubileumvoorziening als gevolg van het herijken van de blijfkansen en meer instroom van werknemers in de WGA en WW.

Onder de post overig zijn opgenomen de kosten diensten door derden van € 4,0 mln. (2018: € 3,8 mln.) en scholingskosten van € 1,5 mln. (2018: € 1,7 mln.).

4.2 Afschrijvingen

4.2 Afschrijvingen 2019 Begroting 2019 2018
4.2.1 Immateriële vaste activa 0 0 31.321
4.2.2 Materiële vaste activa 8.453.095 8.193.520 8.461.069
4.2 Totaal afschrijvingen 8.453.095 8.193.520 8.492.390

De afschrijvingen zijn hoger dan begroot vanwege de versnelde afschrijving van de gebouwen Drachten en Wilaarderburen. Tijdens het opstellen van de begroting 2019 was het Cambuur stadion formeel nog niet rond en de planning voor Drachten was te onzeker om mee te nemen in de begroting 2019.
Voor een toelichting op de versnelde afschrijving wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.

4.3 Huisvestingslasten

4.3 Huisvestingslasten 2019 Begroting 2019 2018
4.3.1 Huur 970.843 695.000 744.337
4.3.2 Verzekeringen 153.180 153.000 158.029
4.3.3 Onderhoud 2.120.098 1.939.000 1.811.168
4.3.4 Energie en water 1.176.245 911.000 892.670
4.3.5 Schoonmaakkosten 1.735.099 1.693.350 1.633.909
4.3.6 Belastingen en heffingen 667.628 623.150 597.709
4.3 Totaal huisvestingslasten 6.823.093 6.014.500 5.837.822

4.3.1 Huur

De huurlasten zijn boven begroting uitgekomen als gevolg van de huur voor tijdelijke onderwijsaccommodatie door de stijging van het aantal studenten en als gevolg van de reparatie van de vloeren in de vestiging Sneek.

4.3.3 Onderhoud

De onderhoudslasten zijn gestegen door incidentele uitgaven met betrekking tot de reparatie van vloeren van de vestiging Sneek (€ 0,4 mln.).

4.4 Overige lasten

4.4 Overige lasten 2019 Begroting 2019 2018
4.4.1 Administratie en beheer 5.931.591 6.370.568 6.004.131
4.4.2 Inventaris en apparatuur 6.263.186 5.937.723 6.562.209
4.4.3 Dotatie overige voorzieningen 21.014 3.000 9.004
4.4.5 Overige 759.302 506.757 669.851
4.4 Totaal overige lasten 12.975.093 12.818.048 13.245.196

De administratie- en beheerslasten zijn lager uitgevallen dan begroot doordat geplande extra capaciteit voor datalijnen niet nodig is geweest.    
De uitgaven voor inventaris en apparatuur lagen hoger door de revisie van machines van het centrum Fijnmechanica, deze waren gepland voor 2018 maar uitgevoerd in 2019 en daardoor niet begroot. 

5 Financiële baten en lasten

5 Saldo financiële baten en lasten 2019 Begroting 2019 2018
5.1 Financiële baten      
5.1.1 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 18.352 50.000 93.460
5.1 Totaal financiële baten 18.352 50.000 93.460
5.2 Financiële lasten      
5.1.1 Rentelasten en soortgelijke lasten -35.387 -50.078 -73.143
5.2 Totaal financiële lasten -35.387 -50.078 -73.143
5 Totaal financiële baten en lasten -17.035 -78 20.317

7 Resultaat deelnemingen

7 Resultaat deelnemingen 2019 Begroting 2019 2018
  Resultaat deelnemingen      
  ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen B.V. 127.851 48.000 184.512
7 Totaal resultaat deelnemingen 127.851 48.000 184.512

Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

     
     
     
     
Datum vaststelling jaarrekening   Leeuwarden, 28 mei 2020
     
     
     
Voorzitter College van Bestuur   De heer drs. H.W. Meijerink RA
     
     
     
Lid College van Bestuur   Mevrouw drs. A.C. Muller
     
     
     
     
     
     
Datum goedkeuring jaarrekening   Leeuwarden, 26 juni 2020
     
     
     
Voorzitter Raad van Toezicht   De heer G. Jaarsma
Lid Raad van Toezicht   De heer B. Hoekstra
Lid Raad van Toezicht   De heer J. Olivier
Lid Raad van Toezicht   De heer F. Veenstra
Lid Raad van Toezicht   Mevrouw T.K. Kwint
Lid Raad van Toezicht   De heer B.J. Pastoor
Lid Raad van Toezicht   De heer P.D. van der Zwan (benoemd per 1 januari 2020)

Overige gegevens

Statutaire regeling resultaatbestemming

In de statuten van de Stichting ROC Friese Poort is niet specifiek opgenomen hoe het jaarlijks resultaat te bestemmen. Jaarlijks wordt in de jaarrekening onder hoofdstuk 2.1 Resultaatbestemming de verdeling bepaald.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: de Raad van Toezicht en het College van Bestuur van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland / Flevoland

Verklaring over de in het geïntegreerd jaardocument opgenomen jaarrekening
 

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 2019 van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland / Flevoland (hierna ‘de stichting’) te Leeuwarden
(hierna ‘de jaarrekening') gecontroleerd.

Naar ons oordeel:

  • geeft de in het geïntegreerd jaardocument opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland / Flevoland per 31 december 2019 en van het resultaat over 2019 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs;
  • zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede balansmutaties over 2019 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.3.1. Referentiekader van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2019.

De jaarrekening bestaat uit:

  1. de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2019;
  2. de geconsolideerde en enkelvoudige staat van baten en lasten over 2019; en
  3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2019 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland / Flevoland zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2019 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

Verklaring over de in het geïntegreerd jaardocument opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het geïntegreerd jaardocument andere informatie, die bestaat uit:

  • het bestuursverslag;
  • de overige gegevens.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en paragraaf 2.2.2. Bestuursverslag van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2019 is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle van de jaarrekening of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs paragraaf 2.2.2 Bestuursverslag van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2019 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en de overige OCW wet- en regelgeving.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht voor de jaarrekening

Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Het College van Bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

In dit kader is het College van Bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het College van Bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het College van Bestuur afwegen of de onderwijsinstelling in staat is om haar activiteiten in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het College van Bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het College van Bestuur het voornemen heeft om de stichting te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het College van Bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening. 

De Raad van Toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de stichting.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van de jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2019, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s
    • dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevatten als gevolg van fouten of fraude,
    • van het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, die van materieel  belang zijn
  • het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken  of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de onderwijsinstelling;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het College van Bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
  • het vaststellen dat de door het College van Bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om in onze controleverklaring de aandacht te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een instelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
  • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft/geven van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. In dit kader hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden voor de groepsonderdelen. Bepalend hierbij zijn de omvang en/of het risicoprofiel van de groepsonderdelen of de activiteiten. Op grond hiervan hebben wij de groepsonderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de volledige financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was.

Wij communiceren met de Raad van Toezicht onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Enschede, 26 juni 2020

KPMG Accountants N.V.

E.M. Olthof RA